Jaar 2008-2009 Cyclus B

 

 

Bezinning bij / surfen naar:

 

Zusters en broeders, 

Als we eens een goede maand achterom kijken, kunnen we alleen maar vaststellen dat we met ons geloof door woelige tijden zijn gegaan. Het begon met Palmzondag en de triomfantelijke intrede van Jezus in Jeruzalem. Op de rug van een ezel, dat wel, maar het wás triomfantelijk. En dan was er het Laatste Avondmaal, met de nog altijd intrigerende voetwassing en de onbegrijpelijke woorden van Jezus: ‘Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed.’ Op het Avondmaal volgden de hof van Olijven en de pijnlijke onverschilligheid van de apostelen: ze vallen doodgemoedereerd in slaap, terwijl Jezus in doodsangst verkeert. Ze merken helemaal niets van de gemoedstoestand van de Man met wie ze drie jaar zijn opgetrokken, en naar wie ze zo opkijken. Nee, ze slapen met overgave de slaap van de onverschilligheid. En wanneer Hij gevangen genomen wordt, slaan ze zonder dralen op vlucht. Jezus verschijnt voor de hoogste joodse geestelijke rechtbank, en nadien voor Pilatus, en dezelfde mensen die Hem de zondag voordien nog zo enthousiast verwelkomd hebben, schreeuwen nu: ‘Aan het kruis met Hem!’. Dat gebeurt dan ook: aan het kruis met die Man. Enkele uren later geeft Hij de geest. Zijn leerlingen zijn in geen velden te bespeuren, Hijzelf wordt door Jozef van Arimatéa begraven in een nieuw, maar tegelijk een naamloos graf, met een zware steen ervoor. Gedaan met Jezus, zand erover. 

Tot zijn graf drie dagen later leeg blijkt te zijn en Hij aan zijn leerlingen verschijnt. Ze schrikken zich telkens een punthoofd. Je zou voor minder, want dood is dood. Maar voor Jezus blijkt die natuurwet niet te gelden. En net op het moment dat ze zo stilaan gaan beseffen dat ze geen spook zien, net op dat moment zegt Hij: ‘Het is goed nu. Jullie zullen het wel alleen verder kunnen. Het is tijd dat Ik terugkeer naar mijn Vader, en van bij Hem zal Ik u kracht geven om te leven zoals Ik u heb voorgeleefd.’ 

Dat is wat we vandaag vieren: dat Hij teruggekeerd is naar zijn Vader, maar dat Hij toch onder ons aanwezig blijft. En ik weet niet hoe ik me daarbij moet voelen. Ik had Hem zo graag eens lijfelijk ontmoet, zo van mens tot mens. Ik had Hem zo graag eens een hoop vragen gesteld. Over Hemzelf en over zijn Vader, en hoe het nu verder moet met zijn Kerk en met onze wereld. Maar ik weet wat Hij zou geantwoord hebben: ‘Het komt u niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt. Gaat dus uit over de hele wereld en verkondig het evangelie aan heel de schepping.’ 

Zusters en broeders, Hemelvaart is de noodzakelijke tussenstap tussen het Pasen van Jezus en ons Pasen, dat wij Pinksteren noemen. Voordien deed Jezus al het werk, en elk gebaar dat Hij stelde en elk woord dat Hij sprak was erop gericht onze blik te verruimen, weg van onszelf, naar God en onze medemensen toe. ‘Kijk over jezelf heen’, zegt Hij. ‘Verhef je hart en kijk naar omhoog, want daar vind je de ruimte van God en van je medemens, en maak je de aarde leefbaar. Geloof, zoals Ikzelf geloofd heb, en weet, Ik zal bij u zijn, tot aan het einde van de wereld.’ Dat is meteen ook de betekenis van het feest dat we vandaag vieren. Het feest dat Jezus naar de Vader is teruggekeerd, en dat Hij tegelijk bij ons blijft in het geloof, de hoop en de liefde die Hij ons heeft voorgeleefd, en die wij op onze beurt mogen uitdragen. Ik denk dat we best maar eens naar Pinksteren gaan uitzien, naar zijn Geest. Misschien zal die ons de kracht geven om te geloven dat we in zijn Naam duivels van egoïsme kunnen uitdrijven, nieuwe talen van liefde kunnen spreken, slangen van boosheid kunnen wegjagen, en zieken kunnen genezen, gewoon door er te zijn voor hen. Zoals Jezus er is voor ons en voor alle mensen. Amen. 

Download deze preek in Microsoft Word formaat

 

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha