Jaar 2010-2011 Cyclus A

Bezinning bij / surfen naar:

  • Jesjaja 22, 19-23
  • Mattheus 16, 13 - 20

    Zusters en broeders,

    Voor velen behoort het jaarlijks verlof alweer tot het verleden. Er eens een week of veertien dagen tussenuit, lekker luieren in de zon, aan een zwembad. Of de bergen in, en wandelen, en genieten van het landschap en de zuivere lucht. Of ergens op kamp met vrienden. Of zich inzetten voor anderen: mee met zieken naar Lourdes, een bouwkamp met Oostpriesterhulp of een andere organisatie. Mogelijkheden genoeg. Maar voor velen is die periode dus al voorbij. Voorbij, maar niet vergeten, want ze leeft voort in gesprekken en herinneringen, op foto’s en  op video’s. En ze roept heimwee op, want het was goed, het was om niet te vergeten, het was om het nog eens over te doen.  

    Anderen hebben meer geluk; hun verlof staat nog te gebeuren, want augustus is nog niet voorbij, en ook september kan er als vakantiemaand best mee door. Ze mogen nog uitkijken naar die periode van onthaasting en van trager leven. Maar net als hun voorgangers zitten ze met een ongeruste vraag: wat met ons huis of ons appartement? Het is immers een stuk van jezelf dat je achterlaat. Dus worden familieleden, buren, vrienden aangesproken. Zij krijgen de sleutel of de geheime code, en zij worden de sleuteldragers van have en goed van de vakantiegangers. Dat is een uiting van onbeperkt vertrouwen, maar het schept ook verantwoordelijkheid: wanneer de vakantiegangers thuiskomen, moet alles zijn zoals zij het achtergelaten hebben. Als dat niet zo is, heeft de sleuteldrager zijn werk niet naar behoren en van harte uitgevoerd. Dan vaart hij zoals de overste Shebna in de eerste lezing: hij wordt uit zijn ambt ontheven, en in het vervolg zal een ander zijn plaats innemen. 

    In het evangelie horen we dat Jezus de sleutel van zijn Kerk aan Petrus geeft. Hij is de man die op de vraag ‘Wie ben Ik’ antwoordt: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ Anderen zeggen iets anders, maar de immer impulsieve Petrus geeft het juiste antwoord: ‘Nee, Jezus, Gij zijt niet Johannes de Doper, Elia, Jeremia of een andere profeet die teruggekomen is, nee, Gij zijt de Christus, de door God gezonden Zoon.’ Voor Jezus is dit een teken dat ook Petrus door zijn Vader gezonden is, want niet mensen hebben hem dit antwoord ingegeven, maar God zelf. Dus krijgt Petrus de sleutels van het Rijk der hemelen, en dat is een enorme verantwoordelijkheid: hij moet waken over het huis van Jezus, over het Rijk van liefde, vrede en vreugde, die hemel op aarde. Wat hij op aarde bindt of ontbindt, zal ook in de hemel gebonden of ontbonden zijn. Dat wil niet zeggen dat hij inspraak krijgt in de hemel, en dat God zich zal plooien naar hem. Het wil alleen zeggen dat hij waardig is het woord van God te verkondigen, en dat hij erover moet waken dat dit Woord goed verkondigd wordt, dus zoals Jezus het heeft gedaan. Een grote verantwoordelijkheid dus voor Petrus, die benoeming tot sleuteldrager van het Rijk der hemelen. Toch is het diezelfde Petrus die hier zo enthousiast zegt: ‘Gij zijt de Christus’, die enige tijd later, op de binnenplaats van het paleis van Pilatus, Jezus driemaal zal verloochenen. Op de vraag of hij Jezus kent, antwoordt hij staalhard: ‘Ik ken die man niet.’ Maar een ogenblik later begint hij vreselijk te huilen om zijn eigen verraad. 

    Zusters en broeders, ook wij zijn sleuteldragers, ons leven lang. Voor onze man of vrouw, voor onze kinderen, onze ouders, onze familie, op ons werk, in onze omgang met elkaar en met anderen, voor onze wereld. Allen dragen wij verantwoordelijkheid, en van ieder van ons wordt verwacht dat wij die verantwoordelijkheid ernstig nemen, en dat wij goed zorgen voor wie en wat ons is toevertrouwd. En ook aan ons vraagt Jezus: Wie ben Ik voor u? En verder vraagt Hij ons ook: ‘Wilt gij een even goede sleuteldrager zijn als Ik dat ben voor u? Vol goede zorg, vol trouw, vol liefde, vol geloof, vol overgave?’ De vraag is wat wij daarop antwoorden. Zeggen ook wij: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Uw weg willen wij gaan, geen andere. Want we willen trouwe sleuteldragers zijn voor wie ons omringt en voor al onze naasten.’ Zeggen we dat? En leven we dat ook? Of zeggen we zoals Petrus in dat vreselijke moment van zwakheid: ‘Ik ken die man niet?’ Kiezen we ervoor even slechte sleuteldragers te zijn als tempeloverste Shebna in de eerste lezing?  

    Aan ons de keuze. Maar we zijn christenen, dus volgelingen van Christus. We hebben onze keuze dus al gemaakt: wij willen, naar zijn voorbeeld, goede, betrouwbare sleuteldragers zijn. Amen.

     

Download deze preek in Microsoft Word formaat

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha