Jaar 2010-2011 Cyclus A
Beheer

Jaar 2010-2011 Cyclus A

25e zondag door het jaar A - 2011

Bezinning bij / surfen naar:

‘Uw gedachten zijn niet mijn gedachten, mijn wegen zijn niet uw wegen.’ Zo spreekt God de Heer bij monde van de profeet Jesaja in de eerste lezing.

Zusters en broeders, in het evangelie wordt de diepgang van die woorden op pakkende wijze geïllustreerd. Jezus vertelt daarin immers een gelijkenis waar we wellicht weerbarstig op reageren, even weerbarstig als de arbeiders van het eerste uur. Zij hebben vanaf het eerste uur, dus zowat vanaf zeven uur ’s morgens, in de wijngaard van de heer gewerkt. Om 9 uur zijn er anderen gekomen, om 12 en om 15 uur weer anderen, en ten slotte, om 17 uur, kwam er nog een nieuwe groep. En wanneer het op betalen aankomt, worden die laatsten eerst betaald. Ze hebben maar één uur gewerkt, en ze krijgen precies hetzlefde loon als zij die 12 uur lang ‘de last van de dag en de brandende hitte hebben verdragen’ – om het met hun eigen woorden te zeggen. En dat stuit tegen de borst, niet alleen bij hen, maar wellicht ook bij ons, want misschien vinden ook wij het onrechtvaardig.

En toch, de heer doet niets verkeerds. Wanneer hij de eersten inhuurt, onderhandelt hij met hen over hun loon. Ze worden het eens over één denarie per dag, en dat is een eerlijk loon, want met één denarie kon een loonarbeider zijn gezin twee dagen onderhouden. De heer betaalt dat loon ook eerlijk uit, en toch morren die arbeiders, omdat ook zij die maar één uur hebben gewerkt, één denarie uitbetaald krijgen. De reactie van de heer gaat naar de kern van de zaak: ‘Zijt ge soms kwaad omdat ik goed ben?’ vraagt hij.

Zusters en broeders, deze parabel is geen parabel van onrecht, maar een parabel van hoop. Hij ligt helemaal in de lijn van de parabel die we vorige week hoorden, over die heer die een waanzinnig hoge schuld van tienduizend talenten kwijtscheldt. En hij sluit ook aan bij de woorden die Jezus op het kruis spreekt tegen de moordenaar die nog maar een glimp van berouw toont: ‘Vandaag nog zult ge met mij in het paradijs zijn’, zegt Hij. Zo is ook de parabel van vandaag: hij illustreert de onbegrijpelijke goedheid van God. God vraagt niets, Hij geeft, en zijn liefde voor ons is volledig gratis. We moeten er geen bijzondere prestaties voor leveren, en als iedereen ons laat vallen, als iedereen ons veroordeelt wegens onnuttig, niets waard, misschien slecht, dan is er God: Hij blijft ons trouw, en Hij doet goedheid aan ons. Voor Hem telt niet het recht van de sterkste, de mooiste, de rijkste, maar het recht van elk mensenkind, ook het zwakste. Dus krijgen ook de arbeiders van het laatste uur een eerlijk loon uitbetaald.

En deze parabel is ook een parabel van de solidariteit. Eén denarie is een eerlijk dagloon. Die landeigenaar geeft met die denarie ook aan de arbeiders van het laatste uur meteen recht op leven. Misschien zijn ze te ziek of te gehandicapt of te laaggeschoold om een hele dag te werken, maar ook zij hebben recht op leven. De heer in deze parabel is een voorbeeld voor de kansrijken van deze wereld, de miljardairs, de speculanten, de zangers en de sporters die vandaag ronduit weerzinwekkende inkomsten innen. Het is hun plicht recht op leven te scheppen voor de kansarmen. Dat is ook de plicht van de ondernemers en de politici. Ook zij moeten zijn als die heer in de parabel. Op diens vraag waarom ze daar de hele dag werkloos stonden te zijn, antwoorden de arbeiders van het elfde uur heel gelaten: ‘Niemand heeft ons gehuurd.’ Je hoort zó de moedeloosheid in hun stem. Dus huurt de heer hen in, want niemand mag het gevoel hebben een nietsnut te zijn, niets waard te zijn, er niet bij te horen.

Zusters en broeders, Gods gedachten zijn niet onze gedachten, en zijn wegen zijn niet onze wegen. Gelukkig maar, zou ik zeggen, want God is zoveel barmhartiger en zoveel rechtvaardiger dan wij zelfs maar kunnen vermoeden. En verder: voor God zijn alle mensen gelijk. Voor Hem telt geen aanzien des persoons, om het eens ouderwets te zeggen. Man en vrouw, arm en rijk, oud en jong, ziek en gezond, klein en groot, en ga zo maar door: allen zijn we zijn kinderen. Met zijn parabel wijst Jezus ons op die goedheid van God, en Hij vraagt ons meteen dat ook wij solidair en barmhartig zouden zijn. Laten we dus niet alleen genieten van Gods grote goedheid, maar ook proberen zijn spiegelbeeld te zijn in ons dagelijks leven. Amen.

Download deze preek in Microsoft Word formaat

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

Wil je ook graag wekelijks mijn overwegingen ontvangen? Wil je je uitschrijven van de lijst? Vul dan hieronder je gegevens in:
captcha