Jaar 2010-2011 Cyclus A

Bezinning bij / surfen naar:

  • Kolossenzen 3, 12-21
  • Mattheus 2, 13-15.19-23

    Zusters en broeders,

    Misschien ken je ook de hartverscheurende en tegelijk hartverwarmende reeks De zussen van mijn dochter op tv één. Daarin gaat Annemie Struyf op zoek naar het wel en wee van het opvangtehuis voor verlaten kinderen, dat met de steun van veel Vlaamse tv-kijkers ergens in Kenia werd opgericht. Hoofdpersonage is Achieng, een onnoemelijk sterke vrouw en goede moeder voor de zowat 25 weeskinderen die haar tehuis telt. De thuis die ze hun bezorgt, de liefde die ze hun geeft, de warmte waarmee ze hen omringt … het is hartverwarmend. Maar het is ook hartverscheurend, want het gaat stuk voor stuk om verlaten of verstoten kinderen, en in Kenia zijn er blijkbaar redenen genoeg om een kind achter te laten. Armoede, maar ook aids, of moeders die sterven bij de bevalling, of verlaten moeders. En verder oeroud bijgeloof. Tweelingen bijvoorbeeld zijn niet welkom, want ze zijn behekst. En ook kinderen die binnen dezelfde clan worden verwekt, moeten verstoten, of beter nog gewoon vermoord worden, geen haan die ernaar kraait. Sommige kinderen zijn met hiv besmet, andere zijn soms zo zwak dat ze het niet halen. Om die kinderen treurt Achieng intens, want ze is echt een zeer goede moeder voor al die kinderen.

    En dan vraag je je af hoe de moeders van al die verstoten en achtergelaten kinderen zich voelen. Negen maanden hebben ze hun kind gedragen en gekoesterd. Ze hebben zich wellicht afgevraagd of ze een goede moeder zouden zijn, of ze goed voor hun kindje zouden kunnen zorgen, of ze het voldoende te eten zouden kunnen geven. Misschien zagen ze zichzelf in hun verbeelding al met hun kindje liefkozend aan de borst of op hun schoot. Het stamelt zijn eerste woordjes, het zegt voor het eerst mama. En dan wordt die droom brutaal stukgeslagen: ze kunnen niet voor het kindje zorgen, of het wordt hun afgenomen. En zij blijven achter met hun verdriet en hun wanhoop.

    Ik denk dat Maria zich net dezelfde vragen heeft gesteld en net dezelfde dromen heeft gekoesterd als die meisjes in Kenia, en als alle meisjes en jonge vrouwen in verwachting. En ik denk ook dat ze in het verhaal dat we vandaag in het evangelie lezen even wanhopig is als die jonge moeders in Kenia. Haar kind is in allesbehalve ideale omstandigheden geboren, ergens onderweg, en nu moet ze vluchten, want Herodes staat het naar het leven.

    Is het vandaag anders? Kan het kind Jezus veiliger dan toen geboren worden in een wereld waarin kinderporno en kinderprostitutie, pedofilie, vrouwenhandel en geweld op moeders zo bangelijk alledaags zijn? Is Jezus echt welkom in zulke wereld? Of moet zijn moeder zich nu meer zorgen maken dan toen? En hoe zit het met de ouders en grootouders, de kinderen en kleinkinderen van deze tijd? Hoe vinden zij in deze harde wereld hun weg naar de liefde en de tederheid waar ze recht op hebben? Hoe beschutten zij elkaar in een tijd waarin het gezin allerlei wisselende vormen kent, en waarin het aantal voedstervaders en voedstermoeders elke dag toeneemt?

    Zusters en broeders, ik denk dat alle ouders en grootouders onder ons met scheuren in hun ziel zitten. Ook wij hebben of hadden bepaalde verwachtingen, en of we het willen of niet, we moeten of moesten die bijstellen. Kinderen worden groter, gaan hun eigen weg, en dat is niet altijd de weg die wij gedroomd hebben. Om maar één voorbeeld te geven: wie volwassen kinderen heeft, wordt meestal geconfronteerd met het feit dat die inzake geloof en Kerk niet de weg gaan die wij hun hebben voorgeleefd, en dat doet pijn. Of om een ander voorbeeld te geven: ook als Kerk zijn wij een gemeenschap, een familie. Welnu, de kwetsuren die we het voorbije jaar hebben opgelopen, zullen niet snel genezen. Als ze tenminste nog ooit genezen.

    Maar in welk gezin, in welke familie we ook leven, de woorden van Paulus in de eerste (tweede) lezing blijven altijd een prachtige leidraad. Niet alle woorden, bijvoorbeeld dat de vrouw onderdanig moet zijn aan haar man. Dat zijn woorden uit de joodse traditie, en wij zijn christenen, geen joden. In een gezin mag geen onderdanigheid zijn van man of vrouw, er moet gelijkheid heersen. Nee, over die woorden heb ik het niet, wel over die van het begin van de lezing. Die gaan als volgt: ‘Broeders en zusters, bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een de ander ergert. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart.’

    Tederheid, goedheid, nederigheid, zachtheid, geduld, verdraagzaamheid, vergeving, vrede, en dat alles verbonden door de liefde. Zusters en broeders, als dat de hoekstenen zijn van ons gezin, van onze familie, dan worden we inderdaad een heilig gezin, een heilige familie. Amen.

     

Download deze preek in Microsoft Word formaat

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha