Jaar 2016-2017 Cyclus A

 

‘Bij het zien van de menigte werd Jezus door medelijden bewogen, omdat de mensen afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.’

Zusters en broeders, die woorden van Jezus zijn tweeduizend jaar oud, maar ze lijken wel over vandaag te gaan. Want talloos zijn de mensen die afgetobd, moedeloos en zonder uitzicht op een menswaardig bestaan door het leven strompelen. Talloos zijn in moslimlanden, maar niet alleen daar, de christenen die vervolgd, verdreven en uitgemoord worden, niet omdat ze slechte mensen zijn, maar omdat ze christen zijn. Talloos zijn de armen en de kanslozen, de zieken en de ouderen, de gehandicapten en de minder begaafden die geen hoop hebben op een menswaardig leven. Talloos zijn de vluchtelingen zonder huis en zonder thuis. Talloos is de mensenkudde die zonder bezorgde en liefdevolle herder door het leven moet gaan.

Precies die mensen vol rampspoed krijgen altijd Jezus’ aandacht. Zijn antwoord op de vraag van de leerlingen van Johannes de Doper of Hij de Messias is, is dan ook geen wonder. Hij zegt: ‘Blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, melaatsen worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.’ Het is ook de opdracht die Hij vandaag aan zijn apostelen geeft wanneer Hij hen uitzendt om zijn Boodschap van liefde en vrede uit te dragen. ‘Genees zieken, wek doden op, reinig melaatsen en drijf duivels uit’, zegt Hij.

Aandacht en inzet voor mensen in nood, dat bezielde Jezus, dat vraagt Hij aan zijn apostelen, dat vraagt Hij ook aan ons. Gaan wij in op zijn vraag? Worden wij inderdaad, door medelijden bewogen bij het leed van anderen? Hebben we aandacht voor hen die zozeer verlamd worden door ziekte, armoede, ouderdom dat ze geen toekomst meer hebben? En ook aandacht voor de hen die zozeer verblind zijn door ellende dat ze geen menswaardig leven meer kunnen zien? Doen wij iets voor hen die zozeer moeten leven in wreedheid, in oorlog en in burgeroorlog dat ze blind zijn voor het goede? Kunnen wij meevoelen met het verdriet van mensen, zoals Jezus meevoelde met allen die onder droefheid gebukt gingen?  

Jezus wijst ons ook de weg die we daarbij moeten volgen. ‘Begeef u niet onder de heidenen en ga niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël’, zegt Hij tegen zijn apostelen. Dat klinkt merkwaardig, zelfs onbegrijpelijk, want Jezus is toch niet alleen voor de Joden onder de mensen gekomen? Natuurlijk niet. Wat Jezus bedoelt, is dat we de wereld om ons heen zeker niet uit het oog mogen verliezen, en dat is iets waar we inderdaad moeten voor oppassen. Immers, de miserie die we zien op tv en lezen in kranten en tijdschriften, gaat heel zelden over wat er om ons heen gebeurt. Het gaat over dingen zo ver van ons af dat we de wereld om ons heen uit het oog dreigen te verliezen. En de wereld om ons heen, dat is ons gezin, onze familie, onze straat, onze gemeenschap, onze Kerk. ‘Vergeet niet aandacht te hebben voor die wereld en voor de ellende binnen handbereik’, zegt Jezus.

En Hij zegt nog iets merkwaardigs tegen zijn apostelen. ‘Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.’ Misschien begrijpen we die woorden niet direct, maar Jezus zegt hier met andere woorden dat zijn leerlingen niet hebben moeten betalen om de Blijde Boodschap van liefde en vrede te zien en te horen. Ze hebben ze gratis gekregen. Dus moeten ze die Boodschap ook gratis uitdragen. Dat geldt dus ook voor ons. Ons geloof hebben we gratis gekregen in onze opvoeding, in het voorbeeld en de inzet van anderen. We moeten dus ook niet betaald worden als we door goedheid, door meevoelen en door medelijden worden gedreven. Als we dus goede christenen willen zijn. Een moeder wordt toch ook niet betaald om voor haar kinderen te zorgen?

Zusters en broeders, in de eerste lezing zegt God de Heer: ‘Als ge mijn woord gehoorzaamt en mijn verbond onderhoudt, zult gij op een bijzonder wijze mijn eigendom zijn.’ Wel, laten we daarnaar streven. Laten we zozeer naar Gods en Jezus’ woorden en daden leven dat we echt zijn kinderen zijn. Zijn eigendom. Zijn geliefde kinderen, alle dagen van ons leven. Amen. 

Download dit document in Word-formaat

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha