Jaar 2019-2020 Cyclus A
  • Eerste lezingExodus 19, 2 - 6a
  • EvangelieMattheus 9, 36 - 10, 8

Zusters en broeders,

14 juni is het vandaag, en dat is een heerlijke datum, want het is halfweg juni, en dat is voor velen de mooiste maand van het jaar. Het licht blijft groeien, de dagen worden langer en de nachten korter. De natuur bloeit in volle pracht, groen en allerlei andere kleuren springen ons in de ogen, de vakantie wenkt in de nabije toekomst … er is zoveel dat van juni de maand maakt waarvan genoten wordt.

Maar zoals altijd is er een keerzijde aan de medaille, want voor velen is juni een ware schrikkelmaand. Honderdduizenden leerlingen en studenten moeten via examens bewijzen dat ze een goed schooljaar achter de rug hebben, en de prangende vraag wat het resultaat zal zijn benauwt zowel henzelf als hun ouders en hun familie. Maar ook voor leerkrachten en professoren is juni een schrikkelmaand, want zij moeten oordelen. Soms kunnen ze een oordeel uitstellen, maar dat is veeleer een uitzondering. Soms is een oordeel negatief, en dat doet pijn, zo’n oordeel uitspreken over iemand is niet aangenaam, zodat leerkrachten en professoren zich soms afvragen of ze misschien zelf in de fout zijn gegaan. Of ze sommige dingen misschien niet goed hebben uitgelegd, of hun examen te moeilijk is geweest, of ze te streng verbeterd hebben en meer van die twijfelvragen.

Dat is juni: vreugde die gekoppeld is aan pijn en verdriet, en dat zijn ook het gevoelens die in het evangelie tot uiting komen. ‘De oogst is groot’, zegt Jezus, en dat schept vreugde, ‘maar arbeiders zijn er weinig’, voegt Hij eraan toe. En het gevolg daarvan is dat velen er  ‘uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder,’ en dat schept pijn en verdriet.

Misschien vragen we ons af wie al die uitgeputte en hulpeloze mensen zijn. Is dat misschien de grote massa die verlamd wordt door de 713 geboden en verboden die ze volgens de wet van Mozes moeten onderhouden? 713 geboden en verboden … je krijgt ze niet eens van buiten geleerd, laat staan dat je ze kan onderhouden. En als je dat wél wil doen, heb je geen tijd meer voor iets anders, en wordt je leven niets meer dan een slavernij. Misschien bestaat die menigte hulpeloze en uitgeputte mensen dus precies uit de velen die Jezus maar al te graag zouden volgen, want Hij verlamt hen niet met 713 geboden en verboden, integendeel, Hij heeft maar één gebod dat alle andere geboden in zich draagt: ‘Hou boven al van God, en hou evenveel van je naaste als van jezelf.’

Maar wat we ons zeker moeten afvragen is wie vandaag die uitgeputte en hulpeloze mensen zijn.  Zijn dat de miljoenen vluchtelingen die letterlijk hongeren en dorsten? Zijn dat de armen, de zieken, de velen die afhankelijk zijn van hulp? Zijn dat de mensen die  duistere wegen gaan, die verloren lopen in onze maatschappij, die foute dingen doen? Of gewoon de mensen die pech hebben omdat ze niet passen in het denken en doen van deze tijd? En zijn er ook vandaag veel te weinig of zelfs geen herders die waken over die grote kudde? Geen herders, alleen maar schijnherders met macht, die geleid worden door egoïsme, machtswellust, rijkdom.   

Precies om een echte herdersrol op zich te nemen zendt Jezus zijn leerlingen twee aan twee uit. Om onreine geesten en duivels van egoïsme en machtswellust uit te drijven, om te bevrijden van ziekten en kwalen van moedeloosheid, wanhoop, radeloosheid, en om te verkondigen dat het Koninkrijk der hemelen nabij is.

Zusters en broeders, ook wij zijn leerlingen van Jezus, dus krijgen we dezelfde opdracht als de leerlingen in zijn tijd. Ook van ons wordt dus verwacht dat we duivels uitdrijven en zieken genezen. Onze eigen duivels van onverschilligheid, van ikke en de rest kan stikken, van bezitsdrang, van oordelen en veroordelen en van nog zoveel andere eigenschappen die ons verhinderen te leven naar Jezus’ enige gebod van liefde en vrede. Het gebod dat ons aanzet zieken te genezen, en dat zijn mensen in nood, radeloze mensen, eenzame mensen, anders geaarde mensen, vluchtelingen,  mensen zonder hoop en zonder toekomst. We moeten daarvoor geen spectaculaire dingen doen, geen initiatieven nemen die de pers halen, nee, gewoon goed zijn is al goed genoeg. Goed zijn voor alle mensen, zoals Jezus, zoals God goed is voor ons. En als we dat met zijn allen doen, zullen er geen massa’s mensen meer zijn die er uitgeput en hulpeloos uitzien, als schapen zonder herder.’ En dat is wat Jezus, wat God van ons verlangt. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha