Jaar 2020-2021 Cyclus B
  • Eerste lezingJesaja 9, 1-3.5-6
  • EvangelieLucas 2, 1-14

Zusters en broeders,

Kerstmis is een dag waar we allen naar verlangen. Dat is niet verwonderlijk, want verlangens heeft iedereen, maar het zijn niet allemaal dezelfde. De een verlangt misschien vooral naar een goede relatie, de ander naar een goede job, nog een ander naar een goede uitslag op school, in zijn onderneming, in het ziekenhuis, en weer een ander naar veel geld, een leuke vakantie en ik weet niet wat nog allemaal. Maar wat die verlangens ook zijn, ze verschillen van persoon tot persoon.

Maar dat geldt niet voor Kerstmis, daar verlangt zo goed als iedereen naar, maar opnieuw: niet allen om dezelfde reden. Wij, christenen, vieren op Kerstdag de komst van God de Heer in ons midden, en daar blijft het niet bij, want Kerstmis is voor velen ook een gezins- en familiefeest. Maar dat laatste geldt niet alleen voor christenen, met als gevolg dat wellicht geen enkel ander feest zo wereldwijd gevierd wordt als Kerstmis.

En toch, christen of niet, de viering hangt samen met wat Kerstmis in wezen is, en dat is de viering van de geboorte van een kind. Dat sluit aan bij alle moeders en alle vaders, en alle grootmoeders en alle grootvaders. Het gaat immers om een diepmenselijk verlangen naar geluk om moederschap en vaderschap, en dat kan alleen maar werkelijkheid worden door de geboorte van een kind. Het is door dat diepmenselijk verlangen dat Kerstmis zo herkenbaar is voor zoveel mensen, ook al zijn ze helemaal geen gelovige christenen.

Maar voor ons, die wel christenen zijn, is Kerstmis veel meer dan een gezellig familiefeest of een ultra commercieel feest vol overladen winkels en warenhuizen, verlichte straten, pleinen en huizen. ‘Ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk:  Heden is u een redder geboren, Christus de Heer’, zegt een engel tegen herders die hun kudde bewaken. Dat is dus wat Kerstmis is, en dat is wat we vieren: dat Jezus als Redder onder ons is komen wonen. Dat herders de eersten zijn aan wie die vreugdevolle boodschap gemeld wordt, is geen toeval, want wat is God anders dan een goede Herder die vol liefde waakt over zijn kudde.

‘Heden is u een redder geboren’, zegt de engel, en die redder hebben we nodig. Een redder die ons het vaccin van de liefde brengt, zodat we niet meer in de duisternis ronddwalen, zoals het in de eerste lezing klinkt. De duisternis van haat in plaats van liefde, van egoïsme in plaats van onbaatzuchtigheid, van onverschilligheid in plaats van bezieling. De duisternis van nog zoveel meer dat de samenleving ondermijnt, dat leidt tot corruptie en geweld en dat alles afbreekt in plaats van opbouwt.

Zusters en broeders, zoals wel meer het geval is, zegt Jesaja heel mooie dingen in de eerste lezing. ‘Een Kind  is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken. Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: wonderbare Raadsman, goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredevorst.’ Zo klinkt het. En wat zou het mooi zijn als wij Jezus zo in ons leven zouden toelaten: als een wonderbare Raadsman, een goddelijke Held, een eeuwige Vader, een Vredevorst. Wat zou het koor van de engelen ons kunnen bezielen met hun lofzang ‘Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehangen vindt.’ Want dat welbehagen vindt GodAA in alle mensen, want allen zijn we zijn kinderen. Laten we dat proberen te zijn: vredevolle kinderen van onze goddelijke Vader. Evan vredevol als zijn Zoon Jezus dat was. Moge dit alle dagen van ons leven ons Kerstfeest zijn in heel ons doen en denken. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha