Jaar 2020-2021 Cyclus B
  • Eerste lezingGenesis 15, 1-6; 21, 1-3
  • EvangelieLucas 2, 22-40

Zusters en broeders,

Een stamboom maken van je familie: misschien heb je het al gedaan of ben je ermee bezig, en als dat zo is, ben je zeker niet de enige, want ontelbaar veel mensen proberen zo’n stamboom op te stellen. Want het is een interessante bezigheid: op zoek gaan naar de wortels van je eigen zijn. Het is daarbij geen uitzondering dat je op heel onverwachte vondsten kan botsen. Je voorouders kunnen bijvoorbeeld van een heel ander land en van een heel ander volk afkomstig zijn. Misschien hebben ze een beroep uitgeoefend waar je nooit aan gedacht hebt. Misschien waren ze van betere stand, of integendeel van heel eenvoudige komaf. Misschien waren het handelaars die dikwijls in het buitenland verbleven En wie weet zaten er geen priesters, paters of zusters tussen. Of dorpsmuzikanten en toneelspelers. En als je stamboom heel ver teruggaat in het verleden, kan een van je voordouders misschien zelfs aan godsdienstoorlogen of andere veldslagen hebben deelgenomen.

Maar als christenen hebben we ook een gemeenschappelijke stamboom, en die begint in Bethlehem. Wij zijn dus allemaal familie van Jezus. En dat mogen we nooit uit het oog verliezen, niet als gelovige gemeenschap en niet als Kerk: dat onze Stamvader van heel eenvoudige komaf is, en dat Hij in een stal geboren werd. Niet in een villa of een paleis. En niet als kind van machthebbers vol pracht en praal, maar van heel eenvoudige mensen: een schrijnwerker en een meisje zonder beroep.

En vandaag dragen die eenvoudige mensen hun kind op aan God, en daarmee laten ze ons zien dat kinderen er niet zijn om de dromen en de verlangens van hun ouders te vervullen, maar wel die van God, want Hij is hun Schepper. En zoals aan heel zijn schepping geeft Hij aan al zijn kinderen de vrijheid om hun eigen weg te gaan. Dat geldt ook voor Jezus, zoals we horen in de woorden van Simeon. Hij weet dat het kind de Messias is, dat Hij straalt als licht voor de heidenen en een glorie is voor zijn volk. Maar hij weet ook dat dit kind zal leiden tot val en opstanding, en ook tot tweedracht van velen, en dat de ziel van zijn ouders door een zwaard doorboord zal worden. En dat beantwoordt zeker niet aan de dromen en de verlangens van Jozef en Maria, maar in hun diep geloof aanvaarden ze de weg van God.

Zo’n diep geloof vinden we ook in de eerste lezing. God heeft Abraham opgedragen zijn land en zijn familie te verlaten en naar Kanaän te trekken. God belooft hem ook dat hij tot een groot volk zal uitgroeien, zo talrijk als de sterren aan de hemel. Maar op zeer hoge leeftijd zijn hij en zijn vrouw Sara nog altijd kinderloos. Toch gelooft hij God de Heer wanneer Die zijn belofte herhaalt. En Sara bevalt inderdaad van een zoon, die hij Isaak noemt.

Zusters en broeders, zowel in het evangelie als in de eerste lezing staat het gezin centraal, en dat spreekt ons aan, want allen komen we uit een gezin of hebben we een gezin. We weten dus wat een gezin inhoudt, en we weten ook dat dit niet altijd beantwoordt aan wat we hopen en verwachten. We weten ook dat een gezin vandaag niet altijd is wat het in het verleden leek te zijn, want vandaag zijn er heel veel nieuwe en nieuw samengestelde gezinnen. Maar wat we misschien niet weten, is dat dit helemaal niet zo nieuw is als we misschien denken. Abraham en Sara zijn immers niets minder dan de stamouders van zulke nieuwe en nieuw samengestelde gezinnen. Immers, toen ze vaststelden dat Sara onvruchtbaar was, verwekte Abraham met goeddunken van zijn vrouw een zoon bij een Egyptische slavin. En het bleef daar niet bij, want toen zijn vrouw Sara stierf, trouwde hij op zeer hoge leeftijd opnieuw met een veel jongere vrouw, bij wie hij niet minder dan zes zonen verwekte. Ook het gezin in het evangelie zou heel goed thuishoren in onze tijd, want Jozef en Maria moeten in de tempel vernemen dat de weg van hun Zoon niet altijd rozengeur en maneschijn zal zijn, en dan weten ze nog niet eens het ergste: dat hun Zoon als een gemene misdadiger op het kruis zal sterven. Gelukkig moet geen van ons zoiets vrezen, maar dat ook in ons gezin bijlange niet altijd rozengeur en maneschijn is of was, zal niemand ontkennen. Maar hoe of wat dan ook: laten we ons leiden door het vertrouwen en het geloof van de ouders in de lezingen van vandaag. Het geloof en het vertrouwen  dat God de Heer ons altijd bijstaat, dat we er dus nooit alleen voor staan, dat Hij altijd bij ons is. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha