Jaar 2020-2021 Cyclus B
  • Eerste lezing2 Samuel 7, 1-5.8b-12.14a-16
  • EvangelieLucas 1, 26-38

Zusters en broeders,

Vandaag is het 20 december, dus Kerstmis is heel dichtbij. Zo dichtbij dat we er nu al een heel merkwaardig verhaal over horen.

Want dat is het minste wat we over het evangelie kunnen zeggen: dat het een heel merkwaardig verhaal is. De engel Gabriël brengt het jonge meisje Maria de boodschap dat zij door God is uitverkoren om de moeder te worden van zijn Zoon Jezus. De heilige Geest zal over haar neerdalen, de kracht van de Allerhoogste zal haar overschaduwen, en haar kind zal de Zoon van God genoemd worden. En wat ons in dat verhaal misschien niet direct opvalt, is het feit dat de engel niet vraagt aan Maria of ze de moeder van Gods Zoon wil worden, nee, hij deelt het gewoon mee, het klinkt zelfs als een opdracht.

God die als mens wil geboren worden, en die daarvoor een beroep doet op een jong meisje, niet met een vraag, maar met een opdracht … het klinkt inderdaad heel merkwaardig, maar het sluit wel direct aan bij het oeroude verhaal van de schepping. Dat heerlijke verhaal dat vertelt hoe God de hemel en de aarde, het licht, het water, de planten en de dieren, en uiteindelijk ook de mens schiep. En die mens is helemaal niet te vergelijken met al die andere levende wezens, nee, hij is een schepping naar Gods beeld en gelijkenis. En de mens krijgt meteen ook een heel voorname opdracht: hij moet heerschappij voeren over de hele aarde. Hij moet dus de tuin van Eden bewerken en erover waken. En God zag dat zijn schepping goed was.

Die prachtige schepping goed bewerken en bewaren was dus de opdracht van de mens, maar we weten dat hij dat bijlange niet altijd vlekkeloos en vol liefde heeft gedaan, vroeger niet en vandaag niet. Vaak had en heeft hij veel te weinig respect voor zijn medemensen, voor de natuur en voor het milieu, met alle gevolgen van wreedheden, oorlogen en verontreiniging van de aarde van dien. Maar even vaak zet de mens zich wél in voor zijn medemens en voor de schepping. Dat zien we ook vandaag, nu hij getroffen wordt door een wereldwijd virus: op iets meer dan een jaar slaagt hij erin een medicijn tegen dat virus te ontwikkelen. Ook op andere gebieden spant de mens zich vandaag in om zijn opdracht goed uit te voeren. Nooit waren zoveel er ziektes overwonnen, gingen er zoveel kinderen naar school, waren er minder hongerlijders, leefden de mensen langer, en was er meer bewustzijn en inzet voor natuur en milieu. Maar er waren ook nooit zoveel vluchtelingen als vandaag, in ontelbaar veel landen worden mensenrechten vreselijk geschonden, hebben vrouwen en meisjes geen rechten, buiten machthebbers hun land genadeloos uit door corruptie, moord en diefstal, en ondermijnen politieke clowns de eenheid in hun land en zaaien ze een vreselijke tweedracht.

Dus zag God door de eeuwen heen dat het bijlange niet altijd goed was, en toen nam Hij zich voor in hoogsteigen persoon als mens onder de mensen te komen, en hem de opdracht voor te leven die hij bij zijn schepping had gekregen. Zijn opdracht om te waken over en zich in te zetten voor heel de schepping van natuur, mens en dier. En opnieuw deed God daarvoor een beroep op de mens, deze keer op een jong meisje dat Hem als Mensenzoon op de wereld zou brengen. Want voor God is niets onmogelijk.

Dat jonge meisje zegt, merkwaardig genoeg, ‘ja’ tegen de voor haar beslist totaal onbegrijpelijke opdracht dat zij de moeder van Gods Zoon zal worden. En daarbij moeten wij ons afvragen of wij ook ‘ja’ zeggen tegen de opdracht die God de Heer ons geeft. Nee, niet de opdracht om zijn vader of moeder te worden, wel de opdracht die hij gaf aan de eerste mens. De opdracht dus om te waken over en ons in te zetten voor heel zijn schepping. Zoals Hij ons dat in de persoon van Jezus heeft voorgeleefd. Zijn wij dus bezorgd over onze naasten, wie dat ook zijn? Hebben wij respect voor onze medemensen, opnieuw: wie dat ook zijn? En hebben wij respect voor de natuur en het milieu, voor heel de schepping?

Zusters en broeders, ‘Alles begon met God, het water en het licht en de mens en het vuur en de liefde: het begon met God’ is een van de prachtige liederen die we (misschien) bij het begin van de advent al gezongen hebben, of die we in de Paaswake zullen zingen. Maar het mag niet bij zingen blijven, nee, het lied moet werkelijkheid worden. De werkelijkheid dat alles begon met God, en dat Hij ons vraagt te waken over wat Hij in liefde geschapen heeft. Alleen dan kan Hij zien dat alles goed is, en kunnen wij vol hoop en verwachting uitzien naar Kerstmis, de dag waarop we zijn komst op aarde willen blijven vieren. Moge het zo zijn. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha