Jaar 2009-2010 Cyclus C

Bezinning bij / surfen naar:

  • Handelingen 15, 1-2.22-29
  • Johannes 14, 23-29

    Zusters en broeders,

    Ieder van ons heeft het al meegemaakt: midden in de nacht word je wakker, maar je beseft dat niet echt. Je bent ongerust en bang, je durft nauwelijks bewegen en je weet niet waar je bent. En dan komt het bewustzijn langzaam terug, je beseft dat je in je bed ligt, je hoort de ademhaling van je man of vrouw en je weet: ik had een nachtmerrie. Oef, gelukkig. Het was maar een nachtmerrie.

    In zo’n nachtmerrie leven wij, christenen, nu al enkele maanden, maar anders dan in onze dromen is het een nachtmerrie die niet verdwijnt wanneer we wakker worden. Nee, we staan ermee op en we gaan ermee slapen. Nochtans zouden we blij moeten zijn in deze paastijd, in de gedachtenis aan de verrezen Heer, maar dat lukt niet. Net of we op Golgotha zijn blijven steken, en Pasen dit jaar heeft overgeslagen. We voelen ons verraden en we zijn beschaamd om wat we horen, zien en lezen: herders in schaapskleren blijken roofzuchtige wolven te zijn, om het met Jezus’ woorden te zeggen. Als voorganger vraag je je af: wat vertel ik in godsnaam? Wat klinkt niet hol in deze omstandigheden? Misschien stellen we ons in alle stilte zelfs de vraag of dit het einde is van de Kerk in ons land. Niet verwonderlijk dus dat ik me al wekenlang suf speculeer over wat ik ’s zondags zou zeggen.

    Midden vorige week las ik in de krant een interview met Manu Van Hecke, de abt van Westvleteren. Je weet wel, de abdij die het beste bier ter wereld brouwt, en die nu ook asiel verleent aan Roger Vangheluwe. Op het einde van het gesprek zegt hij: ‘Sommige mensen zeggen: dat is het einde. Maar ik heb de voorbije dagen gedacht aan een van de laatste uitspraken van de vermoorde Russische orthodoxe priester, Alexander Men: “Het christendom staat nog aan zijn begin”. We zijn al twintig eeuwen Kerk, maar zijn we al christen? Hebben we al belichaamd wat Christus ons heeft willen zeggen?’

    Ik vind dit zeer mooie en vooral zeer juiste woorden: het christendom staat inderdaad nog maar aan zijn begin, dat bewijzen alleen al de feiten die nu aan het licht komen. Het is er tot nu toe duidelijk niet in geslaagd Christus’ woorden en daden een gezicht, handen en voeten te geven. Het lijkt meer zichzelf dan Christus te belichamen. Er is dus nog een zeer lange weg af te leggen. Vandaag zegt Jezus in het evangelie: ‘Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet.’ Ik denk dat dit zeer toepasselijk is. Dikwijls heb ik de indruk dat de Kerk, en ook wijzelf, vooral onze eigen woorden en onze eigen agenda onderhouden, met alle negatieve gevolgen van dien. En Jezus zegt ook: ‘Mijn vrede geef Ik u.’ Let wel, Hij wenst ons geen vrede, Hij gééft ze ons. Misschien hebben we nooit stilgestaan bij dat ‘geven’, of misschien hebben we ons afgevraagd wat Hij ermee bedoelt. Wel, zijn vrede, dat is Hijzelf, en Hij is liefde, goedheid, barmhartigheid, vergeving, nederigheid, zuiverheid van hart. Dat is de vrede die Hij ons geeft, en opnieuw verbind ik die woorden met wat abt Van Hecke zegt: we vinden die vrede niet, omdat we zijn woorden en daden niet belichamen, omdat we niet denken en leven zoals Hij ons heeft voorgeleefd, omdat we niet proberen te zijn zoals Hij is.

    Zusters en broeders, de voorbije weken en maanden is onze Kerk alleen maar negatief in het nieuws geweest, en ik vrees dat dit nog een tijd zal aanslepen. Dat is in grote mate te danken aan de roofzuchtige wolven in schaapskleren. Maar we mogen niet vergeten dat zij maar een heel kleine minderheid vormen. Hun misdadige gedrag straalt evenwel af op de hele Kerk en op al haar bedienaars, en dat verdienen de tienduizenden geestelijken niet die wél in Jezus’ woorden en daden leven. Maar ze voelen de grond onder zich wegzinken. Ik denk aan die jonge priester uit Brugge, die tijdens een tv-programma onder meer vertelde dat hij een klasviering had met kinderen van het vierde leerjaar, en hij vroeg zich af: Hoe moet dat nu? Hoe en wat gaan die kinderen denken als ze me zien? En misschien dacht hij er in stilte bij: Hoe kan ik nog ooit kind zijn met die kinderen zonder me verdacht te maken? Een wat oudere priester vroeg zich tijdens een vergadering wezenloos af: Wie gaat er ons nog ooit vertrouwen? Het zijn maar twee getuigenissen van de vele die we de jongste weken hebben gehoord, gelezen en gezien, maar ik denk dat ze de gemoedgesteldheid van onze priesters heel goed weergeven. Ik denk dat ze zich eenzamer voelen dan ooit, en ik denk vooral dat we hen moeten steunen, zodat ze weer vrede kunnen vinden. De vrede die Jezus hen en ons allen geeft. Zijn vrede. Laten we werk maken van die vrede. Laten we dus christenen worden, niets meer maar ook niets minder. Laten we dus, zoals pater Damiaan, wiens feestdag we (over)morgen, 10 mei vieren, voluit Jezus’ woorden en daden belichamen. Damiaan is ons daarin voorgegaan, en niet zomaar een beetje. Laten we hem als voorbeeld nemen. En laten we nu al bidden: Kom, Heer Jezus, kom, en geef ons uw vrede. Amen.

     

Download deze preek in Microsoft Word formaat

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha