- Eerste lezing: Wijsheid 12, 13.16-19
- Evangelie: Mattheus 13, 24-43
Zusters en broeders,
Nee, de knechten mogen het onkruid niet uitroeien, want de heer vreest dat ze dan ook veel tarwe zullen uittrekken. Wellicht vinden we dat een merkwaardig verhaal. Je vindt immers geen onkruid meer tussen de tarwe, want dat wordt systematisch kapot gesproeid zonder de tarwe te beschadigen. Maar dat was vroeger niet zo, zeker niet ten tijde van Jezus. En eigenlijk gaat dit verhaal niet over tarwe en onkruid, maar over de strijd tussen goed en kwaad. Tarwe staat voor goed, onkruid voor kwaad. En de heer is niet zomaar een heer in deze wereld, maar staat symbool voor God.
En wat zien we? Dat God het kwaad in de wereld niet uitroeit, maar dat er wel een eindoordeel is: bij de oogst zal het onkruid wél uitgetrokken, gebundeld en verbrand worden. Dat is wat er zal gebeuren met het kwaad: het zal gestraft worden. En dat is heel normaal. Het is immers ondenkbaar dat misdadigers van de ergste soort op dezelfde eeuwige vrede kunnen rekenen als hun duizenden, soms zelfs miljoenen slachtoffers.
Maar er is nog een andere reden waarom de knechten het onkruid niet mogen uittrekken, namelijk: wie weet hoeveel goede vruchten ze daarmee uitroeien. Het is immers niet zeker dat al dat onkruid echt onkruid is. Misschien zitten er planten tussen die hun eigen nieuwe, dus onbekende vruchten zullen voortbrengen.
Dat is meteen de les die niet alleen die knechten, maar ook wij meekrijgen. Een les die ons voorhoudt dat we moeten oppassen met oordelen. Misschien zijn we dikwijls precies zoals die knechten, en vinden we dat het onkruid direct moet uitgeroeid worden. Dat alles dus direct moet gezuiverd worden van het kwaad en van de slechteriken.
Maar daar moeten we ons vragen bij stellen. Vooreerst: zijn we vaak niet veel te snel klaar met ons negatief oordeel? Vinden we dus niet al te vaak dat andere mensen, zeker mensen die we niet graag hebben, alleen maar slechte dingen doen? En wat we ons zeker moeten afvragen: zijn wij zelf zo zuiver als die tarwe? Als dat zo is, zijn we perfect. Maar is dat zo? Leven er in ons hart dan nooit kwade begeerten, rare wensen en mensonvriendelijke verwensingen? Moeten we dus niet altijd beginnen met onze eigen akker te zuiveren van het kwaad dat in ons leeft? Het kwaad van egoïsme, onverschilligheid, ongeduld, weigering om te helpen in nood, en nog meer van die dingen die het daglicht niet mogen zien, zeker niet het daglicht van Gods liefde en vrede.
Mogen we dan niet meer kritisch zijn? Jawel, dat mogen we wél. We leven immers in een wereld waarin oorlog en terrorisme, uitbuiting en mensenhandel, diefstal en bedrog, verslaving en slavernij heel normale dingen geworden zijn. Een wereld waarin ook onze Kerk vaak een totaal foute en onchristelijke weg is gegaan. De weg van veroordeling wie anders durft denken dan de kerkleiding, maar ook de weg van het toedekken van de misdadige gedragingen van sommige geestelijken. Dat alles moeten we zeker niet goedvinden.
Wellicht spiegelen we ons het best aan het mosterdzaadje. Het is een pietluttig zaadje van één à twee millimeter, maar het groeit uit tot een sterke plant die drie meter hoog kan worden en ook in de breedte uitdeint, zodat er vogels in kunnen nestelen. Wat zou het goed zijn als wij zo’n boom zouden worden. Een boom waarin onze medemensen rust kunnen vinden, zich veilig, zich thuis kunnen voelen. Wat zouden we rust en vrede brengen in onze omgeving.
Zusters en broeders, de verhalen van Jezus maken altijd duidelijk dat we mensen onderweg zijn. We mogen dus niet stilstaan, want dat mogen we alleen als we volmaakt zijn, en dat zijn we niet. We moeten ook niet denken wat wij altijd zuivere tarwe en de anderen vreselijk onkruid zijn. We hebben immers ook onze minder goede kanten. Die kunnen zich nestelen in onze relatie, in onze houding tegenover onze buren, onze familie, onze collega’s op het werk. En zijn we altijd eerlijk in alles? Tegen dat alles brengt Jezus tegen is: ‘Laat wie oren heeft goed luisteren.’ En daarmee bedoelt Hij: ‘Luister naar mijn woorden en volg Mij in mijn daden van liefde en vrede.’ Laten we dat proberen te doen, zodat het zaad van ons leven uitgroeit tot zuivere tarwe en een stevige boom waarop onze medemensen liefde en vrede kunnen vinden. Amen.
