Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezing1 Koningen 19, 9a.11-13a
  • EvangelieMattheus 14, 22-33

Zusters en broeders,

Misschien ben je verwonderd, maar ik denk dat het evangelie een verrijzenisverhaal is. Het heeft er in elk geval veel kenmerken van. Jezus trekt alleen de berg op om te bidden tot zijn Vader in de hemel. De apostelen komen in een storm terecht, Jezus komt hen over het water tegemoet, maar ze herkennen Hem niet, integendeel, ze menen een spook te zien. En precies dat kenmerkt de meeste verrijzenisverhalen. Maria Magdalena denkt dat ze bij het lege graf door de tuinman wordt aangesproken. Ze had Jezus dus niet herkend. De Emmaüsgangers zijn bijna een dag onderweg met Jezus, maar ze herkennen Hem pas tijdens het avondmaal, bij het breken van het brood. Wanneer ze hun verhaal aan de apostelen vertellen, schrikken die zich te pletter van angst en verbijstering wanneer Jezus ineens in hun midden staat. Het is allemaal heel herkenbaar, en wellicht ook heel begrijpelijk, want probeer je maar eens voor te stellen dat een overleden en begraven geliefde ineens in levenden lijve voor je staat.

Dat is wat Jezus doet: Hij gaat over het stormachtige water naar zijn leerlingen toe om hen te helpen. Dat doet Hij ook vandaag. Altijd weer komt Hij ons tegemoet in de stroom van ons leven, zeker als die stroom een storm is geworden. Dan is Hij ons nabij, en reikt Hij zijn reddende hand om ons te helpen, net zoals Hij Petrus uit het water redt. Misschien hebben we die reddende hand al gevoeld. Een hand die ons opvangt in nood en in pijn, als we vol verdriet zijn, als we moedeloos zijn, als we geen uitweg meer zien. Maar misschien hebben we die reddende hand niet herkend, misschien is ons geloof niet sterk genoeg om God, om Jezus te voelen in ons leven. Misschien moet Jezus ook tegen ons zeggen: ‘Kleingelovige, waarom hebt gij getwijfeld?’ En twijfelen is wat we niet moeten doen, want God is ons altijd nabij, Hij laat ons nooit in de steek. Dat geloof geeft ons de kracht om elke twijfel te overwinnen.

Een twijfel die van buiten uit voortdurend wordt aangewakkerd. Er zijn immers zoveel zogenaamde redders die ons over het water tegemoet komen. Redders die ons overdonderen met beloftes van succes, van de juiste keuze, van een schitterende toekomst als we doen wat zij ons voorhouden in reclame, in politiek, via sociale media, op radio en televisie. Allemaal werelden vol valse beloftes, vol eigenbelang. Uiteindelijk vol eenzaamheid, want elk van die beloftevolle werelden eist ons volledig op. En zo komen we in een klein bootje in de woelige golven van het leven terecht. Golven van onzekerheid en angst die de wereld en de maatschappij verbijsteren. Golven die vaak stormen worden, ook in onze Kerk, zelfs in onze parochie. De stormen van tegenstrijdige meningen, van onzekerheid, van ongeloof. Maar in welke storm we ook terechtkomen, de Heer komt naar ons toe. We moeten Hem alleen willen zien en naar Hem willen toegaan, zoals Petrus dat deed. Hij zal ons altijd redden.

Want in de eerste lezing horen we dat God geen storm is, zoals Baäl, Thor en Zeus, de afgoden uit de Oudheid. En Hij is ook geen aardbeving, zoals Poseidon. En geen vuur, zoals Hephaistos en Vulcanus. Nee, dat is Hij allemaal niet. Integendeel, Hij is een briesje dat zacht is van liefde, en dat zegt: ‘Wees niet bang, Ik ben het.’

Zusters en broeders, wat een heerlijke lezingen hoorden we vandaag. God, die ook in de storm van ons leven naar ons toekomt en ons uit het water van onzekerheid en ellende redt. God, die een zacht briesje is van liefde die zich niet laat overdonderen door valse beloftes, door lawaai en negativisme. God, die ons redt van onrust en angst. Laten we openstaan voor dat goddelijk briesje van liefde en vrede. En laten we zelf zo’n briesje van liefde en vrede proberen te zijn. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha