Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingJesaja 22, 19 - 23
  • EvangelieMattheus 16, 13 – 20

‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’

Zusters en broeders, als er één iemand is die deze vraag niet moet stellen, is het Shebna in de eerste lezing. Hij de overste van de tempel, en tegelijk de eerste minister van koning Hizkia. Maar hij wordt zonder boe of ba ontslagen, en zijn plaats wordt ingenomen door Eljakim. Wat er verder met hem gebeurt, weten we niet, maar misschien komen we via Eljakim wel te weten waarom hij ontslagen werd. Immers, Eljakim zal ‘een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. Hij krijgt de sleutel van het huis van David en wordt een erezetel voor het huis van zijn vader.’ Met andere woorden: Eljakim zal niet aan zichzelf denken, maar aan het volk en aan het koninkrijk. En dat heeft Shebna niet gedaan. Hij dacht wél alleen aan zichzelf en aan zijn eigen toekomst, zelfs aan de toekomst na zijn dood. Hij liet zich immers een prachtig praalgraf uithouwen in de rotsen, en dat werd hem zeer kwalijk genomen. Hij moet dus echt niet vragen wat de mensen over hem zeggen: ze vinden hem gewoon grenzeloos egoïstisch en hoogmoedig.

En daarmee weten we waarom Jezus de vraag stelt ‘wie, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon is.’ En ‘Mensenzoon’ is een woord dat Hij tientallen keren gebruikt als Hij over zichzelf spreekt. En het betekent eigenlijk niets anders dan ‘zoon van een mens’. Maar het is duidelijk dat Jezus er een onderliggende betekenis aan geeft, die direct verbonden is met zijn boodschap van liefde en vrede. En dan betekent Mnsenzoon niet meer ‘zoon van een mens’, maar  ‘zoon van alle mensen’, dus iemand die zichzelf echt inzet voor alle mensen. Iemand die er niet is voor zichzelf, zoals Shebna, maar die er is voor zijn medemensen. En die medemensen mogen gelijk wie zijn: man of vrouw, arm of rijk, ziek of gezond, jong of oud, vroom of zondaar: de Mensenzoon is er voor iedereen.

Vandaar dat Jezus niet echt reageert wanneer de apostelen zeggen dat zijn tijdgenoten Hem zien als een reïncarnatie van Johannes de Doper, Elia, Jeremia of nog een ander profeet. Nee, dat is Hij niet. Hij is geen profeet, Hij is een Mensenzoon. En om het beeld te vervolmaken: Hij is ‘de Christus, de Zoon van de levende God’, zegt Petrus. Jezus is daardoor erg aangegrepen, want Hij beseft dat Petrus dat niet weet van andere mensen, maar van zijn Vader in de hemel. Vandaar dat Hij onmiddellijk reageert dat Petrus de steenrots is waarop Hij zijn Kerk zal bouwen. Niet op een van de andere apostelen, maar op Petrus. De man die geregeld twijfelt, die Hem op de avond voor zijn dood driemaal verloochend, en die op de dag van zijn verrijzenis ook helemaal niet begrijpt hoe en waarom zijn graf leeg kan zijn.

En als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat ook wij dikwijls twijfelen, en dat we Jezus’ boodschap van liefde en vrede meer dan eens verloochenen om, net als Shebna, aan onszelf te denken. Terwijl Jezus ook aan ons vraagt: ‘Wie zegt gij dat Ik ben? Wie ben Ik voor u?’ En Hij zegt ook: ‘Op u zal Ik mijn Kerk bouwen.’

Dus moeten we ons afvragen: wie is Jezus voor ons? Is Hij iemand van een paar duizend jaar geleden die best goed dingen heeft gezegd en gedaan, en willen we Hem volgen? Spannen we ons daar echt voor in?  Jezus’ volgen en zijn Kerk bouwen is immers zijn persoonlijkheid verspreiden. Zijn liefde, zijn vergeving, zijn trouw, zijn aandacht voor armen, zieken, zondaars, melaatsen … Hij heeft het allemaal gedaan. Doen wij dat ook? En doet onze Kerk dat ook?

Zusters en broeders, zoals altijd worden we via de lezingen en het evangelie direct met onszelf en met ons christen zijn geconfronteerd. En dat is niet altijd aangenaam, want meer dan eens moeten we ongemakkelijke waarheden slikken. Waarheden die aan het licht brengen dat we niet altijd een mensenzoon of een mensendochter zijn, omdat we te veel aan onszelf denken en we ons niet altijd door Jezus’ liefde, vrede, nederigheid, zachtmoedigheid en barmhartigheid laten leiden. Maar we moeten daar niet moedeloos door worden, want het feit dat we naar de woorden en daden van Jezus blijven luisteren, houdt ons zeker  op de goede weg in ons streven om in zijn spoor toch een goede mensenzoon en mensendochter te zijn. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha