- Eerste lezing:Jeremia 20, 7-9
- Evangelie:Mattheus 16, 21-27
‘Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen.’
Zusters en broeders, dat zijn woorden van Jezus die we vorige zondag gehoord hebben. Wat we vandaag hoorden, volgt daar onmiddellijk op. En die heel positieve woorden van Jezus zinderen waarschijnlijk nog na in de gedachtewereld van Petrus, misschien zelfs zozeer dat hij zich de leider van de groep waant, die zelfs aan Jezus kan voorschrijven wat kan en wat niet kan. Wanneer Jezus dus meedeelt dat Hem in Jeruzalem lijden en dood te wachten staan, reageert Petrus meteen: ‘Ha nee, dat zal niet waar zijn!’ En wellicht denkt hij daarbij: ‘Hoe kan ik een Kerk leiden waarvan de stichter vermoord wordt door zijn conservatieve tegenstanders? Heb ik alles achtergelaten om in zo een catastrofe terecht te komen?’
Wellicht is Jezus geschrokken door Petrus’ reactie. Hebben zijn apostelen dan niets begrepen van zijn zending? Heeft Hij met Petrus een leider aangeduid die zozeer zijn eigen weg zal gaan dat hij zelfs aan God wil voorschrijven wat wel en wat niet mag gebeuren? Het is dus niet verwonderlijk dat Hij bijzonder scherp reageert op Petrus’ tussenkomst. De man die Hij zo-even nog de steenrots noemde waarop Hij zijn Kerk zal bouwen, noemt Hij nu satan. En die duivel moet niet proberen Hem te zeggen dat Hij moet doen, nee, hij moet Hem volgen! En Hij schetst meteen heel duidelijk wat dat inhoudt: dat is zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen!
Wellicht komt die scène aan de beide kanten zo zwaar over dat er iets als een vertrouwensbreuk lijkt te groeien. Vertrouwt Jezus zijn apostelen nog? Kan Hij Petrus nog vertrouwen? En vertrouwen de apostelen Jezus nog? Want het is niet weinig wat Hij eist: Als ze Hem willen volgen, moeten ze zichzelf verloochenen en hun kruis opnemen. Maar zij hadden heel andere verwachtingen van de Messias: die zou het koninkrijk van Israël herstellen, en in dat rijk zouden zij een belangrijke functie in de wacht slepen.
Heel zeker stellen ze zich dus vragen, en al even zeker doen wij dat ook. Niet omdat wij in ons koninkrijk een belangrijke job denken te winnen omdat we christen zijn, maar omdat we willen weten wat dat betekent: onszelf verloochenen en ons kruis opnemen. Mogen we onszelf niet meer zijn? Mogen we geen aandacht meer hebben voor onszelf? Moeten we onszelf minachten? Nee, dat moeten we niet doen, maar wat we ook niet moeten doen, is onszelf zien als het middelpunt van de wereld, van onze relatie, van onze familie, van de Kerk. Want onszelf verloochenen is aandacht hebben voor onze medemensen. Maar we moeten ons daar niet ongerust of schuldig bij voelen, want wellicht doen we dat meer dan we beseffen. Is er iemand ziek in het gezin of de familie, dan nemen we vaak de zorg op ons. We doen boodschappen, we brengen een bezoek, we hebben aandacht We doen zoveel om het goede in onszelf en in onze omgeving te bereiken.
En ook ons kruis nemen we op. Het leven is nu eenmaal niet altijd rozengeur en maneschijn. Ziekte, mislukking en verdriet horen er net zo goed in thuis als gezondheid, succes en geluk. En er is nog een ander kruis dat we moeten opnemen, namelijk het kruis van onze fouten en tekortkomingen. Misschien zijn we te egoïstisch. Misschien zijn we te snel mistevreden als iets ons niet bevalt. Misschien zijn we veel te rap kwaad, lui, jaloers of ik weet niet wat nog allemaal, en zetten we ons te weinig in om onszelf te verbeteren.
Zusters en broeders, zoals altijd richt Jezus zich niet alleen tegen zijn apostelen, maar tegen alle mensen, dus ook tegen ons. Laten we ons dus inspannen om te leven naar zijn woorden. Dat komt niet alleen onszelf, ons gezin, onze gemeenschap en de Kerk ten goede, maar de hele schepping, want ook die verdient onze aandacht. En dat past helemaal in deze tijd. Binnen een paar dagen is het immers 1 september, en dat is niet alleen het begin van het nieuwe schooljaar, maar ook van de scheppingsperiode. Die duurt tot 4 oktober, en dat is de feestdag van Sint-Franciscus. We vieren de goedheid en de schoonheid van de schepping en we zetten er ons ook voor in. ‘Levend water’ is het thema dit jaar, en dat is geen toeval, want de wereld heeft de voorbije jaren met heel tegenstrijdige vormen van water kennis gemaakt: met veel te weinig, maar ook met veel te veel water. Een levend bewijs dat we zuinig moeten omspringen met het klimaat en de natuur. Het zou goed zijn als we ook in die zin respect zouden hebben voor Gods heerlijke schepping. Amen.
