Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezing: Exodus 22, 20-26
  • Evangelie: Mattheus 22, 34-40

Zusters en broeders,

Misschien vragen we ons af waarom die wetgeleerde aan Jezus vraagt wat het voornaamste gebod is. Immers, iedereen weet toch dat ‘houd boven al van God’ het eerste gebod is, en ‘houd evenveel van je naaste als van jezelf’ het tweede?

Maar wellicht is het voor die wetgeleerde niet zo eenvoudig als voor ons. Wij kennen immers maar twee geboden die er samen één gebod vormen, en dat heeft Jezus ons geleerd. Maar de joden kennen 248 geboden en 365 verboden, samen goed voor 613 wetten. Je zou voor minder twijfelen aan wat het voornaamste gebod is. Jezus laat daar echter geen twijfel over bestaan: houd je aan het eerste en het tweede gebod, zegt Hij, want ‘aan die twee hangen heel de Wet en de Profeten.’

Liefde vormt vandaag dus de basis van het evangelie, maar ook van de eerste lezing. En dat is normaal, want God is liefde. Dat komt uitdrukkelijk tot uiting in de eerste lezing. Daar houdt God voor wat je met je medemensen moet doen en niet mag doen. Je moet je, net zoals God, altijd laten leiden door liefde, en door niets anders.

Nu is liefde een woord dat heel positief klinkt, maar de werkelijkheid is anders.  Liefde vergt immers inzet, en ervaring leert ons dat het bijlange niet altijd gemakkelijk is  om in alle omstandigheden lief te hebben. Probeer maar eens vol liefde te zijn voor mensen die u beledigen, beliegen, bedriegen, bedreigen. En dat komt spijtig genoeg meer voor dan we graag hebben, want niet iedereen laat zich leiden door liefde. Dat zien we genoeg in de wereld van vandaag. Een wereld vol oorlog, vol haat, vol zelfverheerlijking, vol polarisatie, vol corruptie.

Maar we kunnen ‘liefde’ ook op onszelf toepassen, en dan komen we tot de vaststelling dat het klopt: we doen dingen of we doen ze niet, en de reden is liefde  of geen liefde. Neem onze steun aan Broederlijk Delen, Kom op tegen Kanker en zoveel andere goede doelen: als we die steunen, is dat niet omdat we te veel geld hebben, maar omdat we ons laten leiden door meevoelen, door zorg, hoop en door nog zoveel andere positieve gevoelens. Maar voelen we niet mee, is de liefde er dus niet, dan steunen we niet of heel weinig.

Keren we nog even terug naar het eerste gebod dat Jezus uitgebreid beschrijft: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand.’ Maar hoe kan je van God houden met je hart? En met je ziel? En met je verstand?

Om met geheel je hart van God te houden moet je je echt laten leiden door liefde die veel meer is dan een gevoel. Het houdt in dat je je in heel je dagelijks leven laat leiden door God. Je onderhoudt zijn geboden, je maakt tijd om te bidden, om God te danken, om Hem om hulp te vragen, om Hem te eren. Je verlangt dus echt naar zijn aanwezigheid.  Dat alles houdt in dat je met heel je ziel, met heel je persoonlijkheid, met al je aandacht houdt van God. Zozeer dat je je geen leven kunt voorstellen zonder God. En zo schakel je ook je verstand in, want je wil God beter leren kennen. Dus heb je aandacht voor zijn woorden en daden die je in de Bijbel leest en die je hoort tijdens de vieringen. Woorden en daden die de wereld mooier en menselijker maken dan wat de mens er zelf van terechtbrengt.

Zusters en broeders, in de catechismus leerden we als eerste van de tien geboden: ‘Boven al bemin één God’. Wellicht vroegen we ons als kind en misschien ook als volwassene af: wat betekent dat eigenlijk? En wat is ‘boven al’? Vandaag geeft Jezus ons het antwoord op die vraag. ‘Bemin God met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,’ zegt Hij. Anders gezegd: Houd in alle omstandigheden van God. Laten we dat dus proberen te doen. We worden er alleen maar betere mensen van.  We kunnen immers niet van God houden als we ook niet van onszelf en van onze medemensen houden. En zo wordt ook de wereld beter. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha