Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezing: Openbaring 7, 2-4.9-14
  • Evangelie: Mattheus 5, 1-12a

Zusters en broeders,

In een visioen ziet Johannes honderdvierenveertigduizend dienstknechten uit de twaalf stammen van Israël voor de troon van God, maar hij ziet ook een veel grotere menigte die niemand kan tellen en die uit alle volken van de hele wereld komt. En zo beklemtoont Johannes dat God niet alleen voor de verlossing van Israël, maar van alle volken mens is geworden. Een waarheid die een groot deel van Israël nog altijd niet wil aanvaarden, wat vreselijk tot uiting komt in de volkenmoord die het land vandaag tegen de Palestijnen pleegt.

En volkenmoord is niet nieuw, want die ontelbaar grote menigte wijst op de verschrikkingen die de christenen van bij het begin tot op vandaag hebben moeten ondergaan. Daarom schrijft Johannes: ‘Zij komen uit de grote verdrukking. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het Lam.’ En die verdrukking uit zich in het vervolgen en uitmoorden van de christenen omwille van hun geloof, hun inzet voor vrede en gerechtigheid, hun barmhartigheid. Allemaal tekenen die veel heersers tot op vandaag niet willen aanvaarden. Maar toch blijven de christenen trouw aan hun geloof, want ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het Lam. En dat bloed is niet alleen een teken van Jezus’ liefde, maar ook van zijn dood en verrijzenis. Daarmee toont Hij aan dat het kwaad nooit definitief kan zegevieren. Uiteindelijk is het goede altijd sterker dan het kwaad. Ook dat zien we vandaag, want in een wereld waarin het kwaad elke dag sterker wordt, blijft het goede honderden miljoenen mensen aanspreken om lief te hebben, om vrede te stichten, om barmhartig te zijn.

In het evangelie wijst Jezus met de zaligsprekingen daartoe de ideale weg aan. De weg van nederigheid, van troost, van zachtmoedigheid, van gerechtigheid, van barmhartigheid en nog zoveel meer wat ons laat groeien als kinderen van God. Kinderen van Allerheiligen, het feest dat we vandaag vieren. Het feest dat niet alleen slaat op de ontelbaar velen die heilig zijn verklaard en op de kalender staan, maar op allen die de weg van Jezus gingen of gaan. Die hun leven dus heilig wilden of willen opbouwen. En om heilig te zijn moeten we geen wereldvreemde dingen doen, maar ons laten leiden door de liefde van God die in ons groeit, en ons aanzet om die liefde te beleven en uit te dragen in ons dagelijks leven. Dat kunnen we door ons te laten leiden door de zaligsprekingen. Niet toevallig vormen zij dus het evangelie van Allerheiligen.

Zusters en broeders,  laten we bidden tot de heilige Geest dat Hij ons zou helpen om van de zaligsprekingen onze levensweg te maken. Bidden wij ook dat Gods genade ons de kracht geeft om dat te doen. Die kracht hebben we nodig, want zonder Gods genade zouden we er nooit in slagen te leven volgens de zaligsprekingen. Laten we ons daar echt voor inspannen, want zij geven ons de vreugde om de weg naar heiligheid te gaan, zodat Allerheiligen ook ons feest is. Zoals het ook het feest is van allen die ons zijn voorgegaan, en die we vandaag en morgen met liefde en heimwee op het kerkhof zullen bezoeken. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha