- Eerste lezing: Maleachi 3, 19-20a
- Evangelie: Lucas 21, 5-19
Zusters en broeders,
Als het liturgisch jaar naar zijn einde toegroeit en de advent nadert, horen we altijd lezingen die naar het einde der tijden lijken te verwijzen. Maar dat doen ze niet. Ze schetsen alleen een beeld van hoe de wereld en de maatschappij zullen evolueren, en wat de christenen zullen meemaken, en dat is bijlange niet altijd mooi. Vandaag schetst Jezus een strijd van volk tegen volk, een wereld van aardbevingen, hongersnood en pest, en verschrikkelijke tekenen aan de hemel. De christenen zullen vaak vervolgd worden, niet omdat ze slechte mensen zijn, maar omdat ze christen zijn.
We zien in de werkelijkheid waarin we leven dat dit geen ijdele woorden zijn. De strijd van volk tegen volk met vreselijke moordpartijen wordt gevoerd door Russen tegen Oekraïners, door Israëlieten tegen Palestijnen, door Soedanezen tegen andere Soedanezen, en door Congolezen tegen andere Congolezen. Aardbevingen komen verschillende keren per jaar voor en hongersnood heerst in landen in oorlog, vooral in Afrika. In de Caraïben heeft de monsterorkaan Melissa in Jamaica, Cuba en Haïti verwoestingen aangericht die nog jaren zullen nazinderen. En in veel landen worden christenen vervolgd omdat ze christen zijn, en dus leven naar Jezus’ woorden van liefde, vrede en gerechtigheid.
Jezus’ woorden steunen dus niet uit op een ziekelijke fantasie, maar op de keiharde werkelijkheid. Hij zegt die woorden niet om ons angst aan te jagen, maar om ons aan te sporen Hem te volgen. Dus om de weg naar God te gaan, en niet de weg van eigenbelang en onverschilligheid. God is onder ons aanwezig, maar Hem toelaten in ons leven is geen garantie dat we vrij blijven van tegenslag, ziekte, lijden en pijn, maar wel een garantie dat we nooit alleen zijn.
Jezus wil ons dus niet paniek achterlaten. Hij roept ons wel op tot trouw en standvastigheid om vanuit ons geloof te streven naar een betere wereld. Een wereld van vrede en samenhorigheid. Geen wereld van ieder voor zich en van egoïsme, maar een wereld van evenveel liefde voor onze medemensen als voor onszelf. Als christen mogen we dus niet toegeven aan de groeiende onverschilligheid, de haat, het verbod van het vrije denken, het vernietigen van de democratie.
In de eerste lezing is de profeet Maleachi trouwens keihard voor ‘al die hoogmoedigen en al diegenen die zich goddeloos gedragen. Ze zullen slechts stoppels zijn die door de hitte van de dag worden verschroeid,’ zegt hij. Maar voor hen die God eren zal de zon stralend opgaan. De zon van God die gerechtigheid en genezing brengt.
En dat is zeker iets waar wij, christenen, naar verlangen: naar vrede, rust, gerechtigheid, liefde. Die komen er echter pas wanneer het Koninkrijk van God de aarde verovert. Dan pas wordt het kwaad met wortel en al uitgeroeid. En dat klinkt hoopgevend in een tijd zoals de onze: een tijd van oorlog, hoogmoed, zelfverheerlijking, machtsmisbruik.
Zusters en broeders, het zou goed zijn als we ons afvragen in hoeverre wij ons inspannen om te leven naar Jezus’ woorden en daden. Leven wij in het besef dat God onder ons aanwezig is? Werken wij mee aan zijn Koninkrijk van liefde, vrede en gerechtigheid? Ook in de kleine dingen die thuis, op het werk, in onze buurt, in de wereld binnen ons bereik liggen? Willen wij Jezus altijd volgen, ook als alles tegenzit? Laten we bidden dat door onze inzet en door Gods genade de zon van gerechtigheid opgaat in ons hart en in onze wereld,. En laten we volharden, ons christen zijn nooit opgeven, want “door uw volharding zult gij uw leven winnen, ” zegt Jezus. Amen.
