Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingHandelingen 1, 1-11
  • Evangelie:Mattheus 28, 16-20

Zusters en broeders,

Zowel in de eerste lezing als in het evangelie horen we dat Jezus zijn leerlingen verlaat en wordt opgenomen in de hemel. Dat klinkt als een afscheid, want Jezus gaat weg en zijn apostelen blijven alleen achter. Maar is dat wel zo?

Nee, dat is het niet. Zowel in de eerste lezing als in het evangelie horen we dat Hemelvaart niet het einde is, maar een nieuw begin. In de eerste lezing staren de leerlingen Jezus na bij zijn hemelvaart. Ze doen dat heel intens. Ze geven het zelfs niet op wanneer ze Hem door de wolken niet meer kunnen zien, net alsof ze hopen dat Hij door hun blik naar de aarde zal terugkomen. Maar dat doet Hij niet, integendeel, Hij zendt zijn engelen die zeggen: ‘Waarom staat ge naar de hemel te kijken?’ En daarmee zeggen ze eigenlijk:  ‘Blijf niet hangen in het verleden. Blijf niet stilstaan. Ga verder. Draag Jezus uit.’

Die boodschap krijgen wij ook. Ook wij kijken soms achterom, naar hoe het vroeger was. Naar momenten waarop ons geloof sterker was. Of misschien doen we niets en wachten we gewoon tot God zelf iets doet. Maar Jezus zegt tegen zijn apostelen, dus ook tegen ons: ‘Wacht niet. Ga nú op weg. Ga en maak alle volkeren tot mijn leerlingen.’ Dat klinkt groot, zelfs overweldigend, want wie zijn wij! Maar het begint klein. Het begint bij hoe wij leven. Hoe wij omgaan met onze medemensen thuis, op het werk, op school, in het woonzorgcentrum, in de buurt. Zijn we geduldig? Vergeven wij fouten? Maken we tijd voor iemand die alleen is?  Door zulke kleine dingen wordt zichtbaar dat wij bij Jezus horen. We hoeven dus niet ver te reizen om ‘apostel’ te zijn. Onze eerste missieplek is ons dagelijks leven.

Toch blijft wellicht de vraag: als Jezus in de hemel is opgenomen, waar is Hij dan nu voor ons? Het evangelie geeft daarop een verrassend antwoord. Jezus zegt: ‘Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.’ Hij gaat dus weg, maar tegelijk blijft Hij. Dat is het mysterie van ons geloof. Hij is niet meer zichtbaar aanwezig zoals vroeger, maar Hij is dichterbij dan ooit. Hij is aanwezig in zijn Woord. In de eucharistie. In de mensen om ons heen, vooral in wie klein en kwetsbaar is. En elke keer dat wij liefde tonen, wordt Hij zichtbaar. Elke keer dat wij kiezen voor goedheid in plaats van eigenbelang, werkt Hij door ons heen. Dat betekent dat wij zijn handen en voeten zijn in deze wereld. Dat is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een troost. Want we moeten het niet alleen doen: Hij is altijd met ons, en Hij belooft ons zijn Geest. Hij laat ons dus niet aan ons lot over. Hij geeft ons kracht, ook als we ons zwak voelen.

Door die zwakheid denken we wellicht meer dan eens: ‘Wat kan ik in godsnaam doen? Ik ben maar een mens. Mijn geloof is klein. Mijn moed ook.’ Maar kijk naar de apostelen. Zij waren ook geen helden. Ze waren bang, onzeker, soms vol twijfel, zoals we hoorden in het evangelie. Maar toch zijn zij de wereld ingetrokken. Niet omdat ze zo sterk waren, maar omdat ze vertrouwden op Jezus, en ze zijn Geest in zich voelden werken.

Dat vertrouwen wordt ook van ons gevraagd. Hemelvaart nodigt ons uit om onze blik te veranderen. Om niet alleen naar boven kijken, maar ook om ons heen. God is niet ver weg. Hij is aanwezig in het gewone leven. De hemel is niet ‘later’. De hemel begint waar mensen leven naar Gods liefde. Dus is de vraag voor ons eenvoudig: Waar kan ik een teken zijn van hoop? Voor wie kan ik een beetje licht zijn? Voor wie heb ik een luisterend oor en een vriendelijk woord? Het zijn allemaal kleine dingen, maar precies daarin groeit Gods Koninkrijk.

Zusters en broeders, laten we niet blijven staren naar de hemel. Laten we de weg gaan die Jezus ons aanwijst. Met vertrouwen. Met moed. Met een open hart. Want Hij is niet weg. Hij gaat met ons mee en zijn Geest werkt in ons. Elke dag. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha