- Eerste lezing: Jesaja 25,6a.7-9
- Evangelie: Lucas 23,44-46.50.52-53;24,1-6a
Zusters en broeders,
Vandaag vieren wij Allerzielen, een dag van herinnering, maar ook van hoop. Wij dragen in ons hart de namen van hen die ons dierbaar zijn, van wie wij afscheid moesten nemen. Wij komen samen met gemengde gevoelens: verdriet, weemoed, maar ook dankbaarheid. En boven dat alles klinken Gods woorden, die niet alleen troost bieden, maar ons ook leren geloven dat het leven sterker is dan de dood.
Toch weten we maar al te goed hoe pijnlijk de dood kan zijn. De leegte die hij achterlaat, de stoel die leeg blijft aan tafel, de stem die we alleen in onze gedachten kunnen horen. Maar Allerzielen is niet alleen een dag van verdriet. We steken kaarsen aan, we noemen namen, we gaan naar het kerkhof. In elke herinnering klinkt een gebed. Want als wij bidden voor onze doden, zeggen wij eigenlijk: “Heer, vergeet hen niet.” En tegelijk geloven wij dat God nooit vergeet. Het maakt ons ontvankelijk voor de hoop dat liefde sterker is dan de dood.
Hoe sterker komt tot uiting in het evangelie. Jezus is niet verdwenen in de dood, maar herrezen in het leven. Net zoals de mensen die wij vandaag gedenken: ze zijn niet verdwenen in het niets, maar opgenomen in dat huis van de Vader. Hun namen zijn geschreven in de palm van zijn hand.
In de eerste lezing schetst de profeet Jesaja daarover een visioen dat klinkt als een droom. De Heer richt op de berg een feestmaal aan en neemt de sluier van de dood weg die over alle volkeren hangt. Dat beeld is zó menselijk. Want ook wij kennen die sluier: de sluier van verdriet, van gemis, van vragen waarop geen antwoord komt. Soms lijkt het alsof die sluier alles bedekt, alsof het licht niet meer doordringt.
Maar zo is het niet. In de tweede lezing zegt God: ‘Zie, Ik maak alles nieuw.’ Onze geliefden die gestorven zijn, zijn niet verdwenen in de schaduw van het niets, maar opgenomen in het nieuwe leven. God maakt hen nieuw. En ook wij, met al ons verdriet,, worden geroepen tot diezelfde vernieuwing.
Tot die vernieuwing worden in het evangelie ook de vrouwen opgeroepen die naar Jezus’ graf gaan. Ze hebben geurige olie bereid om zijn lichaam te balsemen, maar het graf is leeg. ‘Waarom zoekt gij de Levende onder de doden? vragen twee mannen in stralende gewaden die plots verschijnen. ‘Hij is niet hier, Hij is opgestaan uit de dood.’ En daarmee verwoorden ze de kern van ons geloof, ook op deze dag, op Allerzielen. Niet de dood, maar God heeft het laatste woord.
Zusters en broeders, , Allerzielen nodigt ons uit om met twee ogen te kijken: met het ene oog naar het verleden, naar de geliefden die we missen, en met het andere oog naar de toekomst, naar het nieuwe leven. Er blijft verdriet, ja. Er blijven lege stoelen, stiltes die niet opgevuld kunnen worden. Maar door alles heen klinkt Gods woord: “Ik maak alles nieuw.” En dat mag ons dragen. Wanneer wij vandaag kaarsen aansteken, doen wij dat dus niet alleen als herinnering, maar ook als teken van geloof. Wij vertrouwen onze doden toe aan God die leven is, en wij vertrouwen ook onszelf toe aan diezelfde handen. Moge dat geloof ons troosten, want de Heer zal de sluier wegnemen, Hij zal onze tranen drogen, en Hij zal zeggen: ‘Zie, Ik maak alles nieuw.’ Amen.
