Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingJesaja 49, 3.5-6
  • EvangelieJohannes 1, 29-34

Zusters en broeders,

In het evangelie speelt zich een heel opvallende scène af. Johannes de Doper ziet Jezus naar zich toekomen en zegt: “Zie, het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.” En hij voegt eraan toen: “Ik kende Hem niet.” En dat is vreemd, want Johannes en Jezus waren via hun moeder familie van elkaar. En toch is het niet onmogelijk dat ze elkaar niet echt kennen. Jezus woonde immers in Galilea, en dat is helemaal in het noorden van Israël, terwijl Johannes in Judea woonde, en dat is in het zuiden van Israël.

Maar wellicht bedoelt Johannes dat hij niet wist dat Jezus de Messias was, naar wie hij en zoveel Joden hun hele leven lang hadden uitgekeken. Pas toen hij Hem doopte in de Jordaan, zag hij dat ‘de Geest als een duif uit de hemel neerdaalde en op Jezus bleef rusten.’ En daarom getuigt hij nu: ‘Deze is de Zoon van God,’ want nu weet hij heel zeker dat Jezus de Messias is.

Maar dat verhaal is niet alleen een verhaal over Johannes, het is ook een spiegel voor ons, met de vraag: Kennen wij Jezus, de Zoon van God? De meesten onder ons zijn kort na onze geboorte gedoopt. Op school en in de catechese hebben we over Jezus geleerd. Elke zondag horen we in de misviering zijn woorden en daden van liefde en vrede. Maar kennen we Hem echt? Maken we van zijn woorden en daden  ook onze woorden en daden? Of is Jezus iemand van tweeduizend jaar geleden, ver weg van ons in de tijd en in ons leven? Of zien we Hem vooral als iemand die ons met al zijn mooie woorden moeilijke regels en verplichtingen oplegt?

Eén ding is zeker: als we Jezus echt willen kennen, moeten we Hem volgen in woorden en in daden. Dan moeten we veel zekerheden loslaten, en afstand nemen van ons eigenbelang,  Dan moeten we niet altijd het eerste en het laatste woord willen hebben, maar ruimte maken voor anderen. Dan moeten we kleiner durven worden, zodat Jezus groter kan worden in ons. Maar is dat zo? Durven wij Jezus herkennen in de kwetsbaarheid van armen, zieken, eenzamen, vluchtelingen, en ook in onze eigen kwetsbaarheid? In onze vragen, onze twijfels, onze wonden, onze onzekerheden?

Jezus kennen en herkennen is dus niet gemakkelijk. En dat we leven in een wereld waarin steeds minder mensen Hem willen kennen maakt het zeker niet makkelijker. Is dat misschien de zonde die het Lam van God van de wereld wegneemt? De zonde dat steeds meer mensen God niet willen kennen, en ook de zonde dat de christenen in zoveel landen beschimpt, bespot, beroofd, vervolgd, vermoord worden. En ook de zonde dat we vaak tekortkomen in onze relatie met God en met onze medemensen. Zodat wij, net als Johannes, moeten toegeven: ‘Ik ken Hem niet.’ Bij Johannes was dat geen schuldbekentenis, en dat moet het bij ons ook niet zijn. Wel een open begin dat ons uitnodigt om opnieuw te kijken, opnieuw te luisteren, opnieuw ons hart open te stellen voor God, voor Jezus en voor onze medemensen.

Zusters en broeders, we staan daar niet alleen voor, want Jezus openbaart zich aan ons. In een gebed, in de eucharistie, in de stilte van ons hart, in de liefde die we geven en krijgen. In elke eucharistie horen we: ‘Zie het Lam van God.’ Kijken we dan echt naar Jezus? Verwachten we Hem? Zijn we bereid met Hem mee te gaan?  Het zou goed zijn als deze viering ons zou  helpen om Jezus niet alleen te kennen met ons hoofd, maar vooral met ons hart en ons leven, zodat Hij echt groter kan worden in ons, vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha