- Eerste lezing:Jesus Sirach 27, 30-28,7
- Evangelie:Mattheus 18, 21-35
‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.’
Zusters en broeders, die woorden kennen we allemaal, en we weten ook dat ze uit het Onze Vader komen, het gebed dat Jezus ons heeft geleerd. Wereldwijd is het wellicht het meest gebeden gebed, juist omdat het van Jezus komt.
In dat gebed speelt vergeving een heel belangrijke rol. Hoe belangrijk zien we zowel in de eerste lezing als in het evangelie. ‘Kan hij die onverbiddelijk is voor zijn medemens om vergeving bidden voor zijn eigen zonden?’ vraag Jesus Sirach zich in de eerste lezing af. En in het evangelie vertelt Jezus het ongelofelijke verhaal van de koning die een van zijn dienaren een schuld van tienduizend talenten kwijtscheldt. Eén talent komt neer op zesduizend denariën, en één denarie is het normale dagloon van een arbeider. Dus wordt de dienaar het loon van zestig miljoen werkdagen kwijtgescholden. Omgezet in onze tijd kom je uit op tien miljard euro, een bedrag waarvan we ons de waarde niet eens kunnen voorstellen, en dat alleen past bij geldwolven als Elon Musk en Donald Trumb.
Maar hoe dan ook, het verhaal toont aan dat God eindeloos vergeeft, en dat verlangt Hij ook van ons. Ook dat komt tot uiting in het evangelie. Op de vraag van Petrus of hij zijn broer, die hem geregeld iets aandoet, tot zevenmaal toe moet vergeven, antwoordt Jezus: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik, maar tot zeventig maal zeven.’ Dus tot vierhonderdnegentig keer moet Petrus zijn broer vergeven, en dat getal staat in de tijd van Jezus voor onnoemelijk veel. In dit geval dus voor ‘altijd’.
Precies daartegen gaat de dienaar die een schuld van zestig miljoen denariën niet moet terugbetalen domweg in de fout. Hij stuurt een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig is, meteen de gevangenis in tot hij zijn schuld heeft betaald. Maar dat breekt hem zeer zuur op, want zijn heer is daardoor zo boos dat hijzelf onmiddellijk de gevangenis in moet. En hij moet erin blijven tot hij zijn schuld volledig heeft terugbetaald. Dat zal hij natuurlijk nooit kunnen, want waar moet hij die zestig miljoen denariën vandaan halen.
Misschien zijn we er ons niet van bewust, maar met dat keiharde verhaal maakt Jezus duidelijk wat er gebeurt als we niet kunnen vergeven: dan vergeeft God ook ons niet. Dat vragen we trouwens zelf in het Onze Vader. ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren’, bidden we. En ‘zoals’ betekent hier: op dezelfde manier. Dus als wij onze medemensen om hun fouten vergeven, dan vergeeft God ook ons om onze fouten. Doen we dat niet, dan vergeeft God ons ook niet. Hij doet immers wat we vragen in ons gebed.
Maar vloekt vergeven niet met onze tijd van oorlog en volkerenmoord? Hoe kunnen de Oekraïners Poetin en zijn bende moordenaars vergeven? Hoe kunnen de Palestijnen de Israëli’s vergeven, die met hen precies hetzelfde doen als wat Hitler met de Joden heeft gedaan, namelijk uitmoorden en beroven. “Ik vind dat we elke nacht in Gaza dertig tot veertig mensen gericht moeten vermoorden”, zegt de Israëlische minister Itamar Ben-Gvir. En hij voegt eraan toe: ‘Dat zijn niet eens mensen.’ Vreselijk is dat. En dat in het land van Jezus. Geen wonder dat ook Hij vermoord werd. Hij verkondigde immers liefde en vrede voor alle mensen, dus ook voor niet-Joden, en dat kon niet voor de Joodse machthebbers. Dus moest Hem het zwijgen worden opgelegd.
Zusters en broeders, het kan echt moeilijk zijn om mensen te vergeven die ons benadelen, bestelen, kapot roddelen en meer van die erge dingen. Maar we mogen niet uit het oog verliezen dat veruit de meeste mensen niet meedoen aan zulke kwaadsprekerij en haat. Mensen die wel bereid zijn om te vergeven en begrip te hebben voor andere opvattingen dat die van henzelf. En wat we nog minder uit het oog mogen verliezen, is dat vergeven een van de mooiste geschenken is die we als christenen kunnen aanbieden. Want vergeven wij niet, dan wordt de wereld helemaal onleefbaar, en zegevieren haat, minachting, egoïsme en meer van die dingen. Laten we ons dus inzetten om echt te doen wat we vragen in het Onze Vader. Amen.
