Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingJesaja 2, 1-5
  • EvangelieMattheus 24, 37-44

Zusters en broeders,

Al weken worden we er in winkels, kerstmarken, straten en pleinen op gewezen dat Kerstmis nadert. De goede Sint is nog niet gepasseerd, maar hij moet al wijken voor Kerstmis. Maar eerst moeten we doorheen de advent. Dat is niet alleen een periode waarin we naar Kerstmis toegroeien, maar ook het begin van een nieuw liturgisch jaar. Een jaar waarin we vooral lezingen uit het evangelie van Mattheus zullen horen. Vorig jaar waren dat vooral lezingen uit het Lucas-evangelie.

Vandaag is het de eerste zondag van de advent. En wat is advent? Dat ‘is dromen dat Jezus zal komen; dromen van vrede voor mensen van heden’, zingen we in een mooi adventslied. Maar advent is natuurlijk veel meer dan dromen dat Jezus zal komen. Het is niet alleen verlangend uitzien naar zijn komst, maar ook ons inspannen om Hem in woorden en daden te volgen, zodat Hij zich hier thuis kan voelen. Maar eigenlijk kan het niet dat we nu naar zijn komst verlangen, want Hij is toch altijd onder ons aanwezig? Hoe kunnen we dan verlangend uitzien naar zijn komst?

Het antwoord op die vraag vinden we in de lezingen en in het evangelie. ‘Laat ons wandelen in het licht van de Heer,’ zegt Jesaja in de eerste lezing, en daarmee roept hij op om het verlangen naar een ontmoeting met de Heer in daden om te zetten. Dus roept hij uitdrukkelijk op om ‘de paden van de Heer te bewandelen.’ Met andere woorden: om te leven naar Gods geboden van liefde, vrede en gerechtigheid. Want zo komt er echt vrede onder alle volkeren. Dan ‘loopt de nacht ten einde, en breekt de dag aan’, zegt Paulus in de tweede lezing. De nacht van de duisternis van egoïsme, van onverschilligheid, van oorlog en geweld moet plaats maken voor de dag van het licht van liefde, vrede, gerechtigheid. Van inzet voor elkaar, van aandacht voor armen, zieken, eenzamen.

En zo weten we wat Jezus bedoelt wanneer Hij zegt: ‘Wees waakzaam, want gij weet niet wanneer uw Heer komt.’ Hij is altijd onder ons aanwezig, maar we zijn niet waakzaam genoeg om dat altijd te voelen, omdat we te veel met onszelf bezig zijn, en we  niet altijd zin hebben om Hem te volgen.

Maar Hij blijft  onder ons, zowel in goede als in kwade dagen. Op dagen van geluk en vreugde, maar ook op dagen van pijn en verdriet. Op dagen van liefde en inzet voor elkaar, maar ook op dagen van onverschilligheid en egoïsme. ‘De een wordt meegenomen, de ander achtergelaten’, zegt Jezus in het evangelie. En zij die worden meegenomen zijn zij die Jezus willen volgen in woorden en daden. Mensen die bereid zijn uit zichzelf te treden om anderen te helpen. Mensen die echt hun best doen om te leven naar dat ene gebod dat Jezus ons gegeven heeft: ‘Houd bovenal van God, en houd evenveel van je naaste als van jezelf.’ Dat is wat zij die worden achtergelaten niet doen. Misschien weten ze niet eens wat het inhoudt bovenal van God te houden, en willen ze zeker niet evenveel van hun  naaste  houden als van zichzelf.

Zusters en broeders, christen zijn is waakzaam zijn, is voluit leven vanuit het diepe geloof dat God, dat Jezus altijd onder ons aanwezig is. Dat is ons niet in slaap laten wiegen door dingen en verlangens die alleen onszelf aangaan. Dat is proberen een lichtje te zijn voor onze medemensen, zoals God een licht is voor ons. Daartoe zullen we in deze adventstijd door de lezingen en het evangelie meer dan anders worden opgeroepen. Daartoe zal ook Welzijnszorg ons oproepen: om waakzaam te zijn in ons christen zijn, zodat we weten dat advent meer is dan dromen dat Jezus zal komen. ‘Wie arm is moet keuzes maken’, luidt de slogan dit jaar. Wel, misschien zijn we arm in ons christen zijn, misschien zijn we veel meer met onszelf bezig dan met onze medemensen. Dus moeten we een keuze maken: zijn we waakzaam of zijn we het niet? Laten we zo waakzaam zijn dat we een lichtje kunnen zijn voor onze medemensen. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha