Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingJesaja 35, 1-6a.10
  • EvangelieMattheus 11, 2-11

Zusters en broeders,

Vorige week hoorden we hoe Johannes de Doper in de woestijn opriep tot bekering, ‘want het Rijk der hemelen is nabij’, zei hij. Zeer velen komen luisteren naar zijn woorden en laten zich dopen als teken van hun bekering. Johannes kondigt ook de Messias aan, en die zal niet zachtaardig zijn. Integendeel, ‘reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen, en elke boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen. De wan heeft Hij in zijn hand en Hij zal de dorsvloer grondig zuiveren. Zijn tarwe zal Hij in de schuur opslaan, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.’

Dat is dus de verwachting die Johannes de Doper van de Messias heeft: Hij zal keiharde eisen stellen en wie daar tegen ingaat, wacht het onblusbaar vuur van de eeuwige straf. Maar Jezus beantwoordde helemaal niet aan dat beeld, integendeel. Hij brengt een boodschap van liefde, vrede, verdraagzaamheid, vergevensgezindheid.

En dat maakt de Doper radeloos. Heeft hij zich vergist? Is Jezus de Messias niet? En als Hij het wél is, waarom is Hij dan zo goedmoedig? Dus zendt de Doper enkele leerlingen naar Jezus met de vraag: ‘Zijt Gij degene die zou komen, of moeten wij een ander verwachten?’ Waarop Jezus antwoordt dat ze aan Johannes moeten zeggen wat ze horen en zien: ‘Blinden kunnen weer zien en lammen weer lopen, melaatsen worden genezen en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.’ En zo zien we dat Jezus de woorden van Jesaja die we in de eerste lezing hoorden op zichzelf toepast. Hij is dus de gezondene van God, en Hij verkondigt wat God Hem heeft opgedragen: Hij brengt een Boodschap van liefde en vrede, met bijzonder veel aandacht voor armen, zieken, mensen die niet meetellen, mensen in nood.

Dus moeten wij ons afvragen in hoeverre wij meevoelen met Johannes de Doper. Want ook wij hebben vaak een ander beeld van God. Waarom is Hij zo onzichtbaar en zo onbereikbaar? Waarom laat Hij al die wreedaardige machthebbers in de wereld toe? Waarom is het goede vaak zo machteloos? En een vraag die misschien het meest van al in ons oprijst: Waarom moet ik al die ellende meemaken? Waar blijft God als ziekte en dood in mijn gezin, in mijn familie toeslaan?

Het antwoord vinden we in Jezus. In Hem toont God dat Hij echt begaan is met alle mensen, zeker met de minsten, de armen, de zieken. Niet voor niets zegt Jezus tegen de leerlingen van Johannes: ‘Gelukkig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.’ Nee, we ergeren ons niet aan Jezus, maar we ondervinden dat het niet altijd makkelijk is Hem te volgen, en in alle omstandigheden liefde en vrede na te streven en te beleven. Maar we moeten geduldig zijn, en moedig, zegt Jacobus in de tweede lezing, ‘want de komst van de Heer is nabij.’

Zusters en broeders, naar die komst kijken we uit. Nee, niet alleen nu, niet alleen met Kerstmis, maar altijd. Want Jezus is altijd onder ons aanwezig, maar we zien Hem niet altijd en we ondervinden Hem ook niet altijd. Hij is met zijn woorden en daden van liefde en vrede onder ons in onze wekelijkse vieringen. Hij is onder ons in zijn aansporing om evenveel te houden van onze naasten als van onszelf. Hij is onder ons in ‘Samen tegen armoede’ van Welzijnszorg, want wie arm is moet keuzes maken. Wel, laten wij de keuze maken Welzijnszorg te steunen in de strijd tegen armoede, want dan is Jezus met zijn liefde voor blinden, lammen, melaatsen en doven echt onder ons aanwezig, en kunnen we vol vreugde toeleven naar Kerstmis. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha