Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingJesaja 7, 10-14
  • EvangelieMattheus 1, 18-24

Zusters en broeders,

Opnieuw hoorden we lezingen die direct van toepassing zijn op onszelf. In de eerste lezing zegt Jesaja tegen Achaz, de in wezen heidense koning van Juda, dat God hem een teken zal zenden. Maar Achaz wil zo’n teken helemaal niet, want wat heeft hij aan een kind, ook al zal het Immanuël heten, wat ‘God met ons’ betekent. Want daarvan ondervindt hij heel weinig, beweert hij.

En daarbij moeten we ons de vraag stellen of wij een teken van God aanvaarden. Misschien vragen ook wij ons af: Wat hebben we aan een goddelijk kind dat in tijd en ruimte ver van ons geboren wordt? Verwachten wij trouwens echt iemand? Leeft die verwachting niet alleen hier in de kerk, tijdens deze viering, en blijft ze hier achter wanneer wij de kerk verlaten? Want misschien is onze verwachting alleen gericht op ons eigen kerstfeest, met goed eten en drinken, mooie cadeaus en een gezellige familiebijeenkomst. Een feest waarbij zelfs niet aan God of Jezus gedacht wordt, en er misschien alleen een beetje aandacht is voor dat mini-Jezuske in zijn kribbetje onder de feestelijk versierde kerstboom, vol cadeaus errond.

Misschien moeten we dus toegeven dat we het best moeilijk hebben met de viering van de geboorte van Jezus. Maar dat stelt niets voor als je denkt aan wat Jozef moest verwerken. Hij was verloofd met Maria, en toen ze gingen samenwonen, bleek  ze zwanger te zijn, en dat was niet van hem. Maar omdat hij echt een goed mens was, wilde hij haar niet te schande maken, dus besloot hij in stilte van haar te scheiden.

Ook hierbij moeten we ons de vraag stellen: Zijn wij ook zo goed, of zijn we altijd onmiddellijk klaar om iemand de grond in te boren met negatieve roddel en een vernietigend oordeel? Of doen we toch ons best om niet negatief te oordelen en zeker geen kwaadsprekerij te verspreiden?

Dat doet Jozef dus helemaal niet, integendeel. Hij oordeelt niet, en luistert naar wat een engel hem in zijn droom vertelt: zijn verloofde is zwanger van de heilige Geest, en zal bevallen van een kind dat hij Jezus moet noemen – en Jezus betekent ‘God die redt’, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden. Zoals het later nog zal gebeuren, stelt Jozef zich daar geen vragen bij. Hij doet wat hem door God via een engel wordt opgedragen, hoewel hij er heel zeker niets van begrijpt. Maar zijn geloof en trouw zijn sterker dan zijn onbegrip en twijfel, dus zal hij zorgen voor zijn vrouw en voor dat kind dat hij Jezus moet noemen. Vanzelfsprekend is dat zeker niet, want meer dan waarschijnlijk is Jozef bang voor wat er in de toekomst gaat gebeuren, maar hij doet wat hem wordt opgedragen.

Zijn wij ook zo? Zijn ook wij trouw aan wat ons wordt opgedragen? Hebben wij een blijvend respect voor alles wat we van God gekregen hebben: het leven van onze prachtige planeet, ons eigen leven, het leven van onze medemensen. 

Eenvoudig is dat allemaal niet. Zie maar naar Jozef: hij is bang voor wat er gaat komen en hoe daarop gereageerd zal worden. Maar de engel zegt: Wat er ook gebeurt, wat er ook gezegd wordt: blijf achter uw vrouw en achter dat kind staan. Dat zegt hij ook tegen ons: blijf trouw aan uw gezin, aan uw familie, aan uw naasten, aan uw Kerk.

Zusters en broeders, binnen een paar dagen is het Kerstmis. Laten we bidden dat we niet bang en niet onverschillig zijn om te vieren dat Jezus zal geboren worden. En laten we niet vergeten dat Hij niet alleen in een stal, maar vooral in ons hart moet geboren worden, zodat we kunnen leven als gelovige christenen. Zodat we mensen om ons heen en veraf met zorg en liefde kunnen omringen. Zodat wij engelen van mensen kunnen zijn voor onze medemensen. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha