- Eerste lezing: Jesaja 60, 1-6
- Evangelie: Mattheus 2, 1-12
Zusters en broeders,
Wellicht heb je ook al meegemaakt dat je de weg kwijt bent. Dat je echt niet meer weet hoe je op die plek gekomen bent, en nog minder weet hoe je vandaar op de plaats kunt komen waar je moet zijn. Maar je kan ook op veel andere manieren de weg verliezen. Je moet iets bereiken in je leven, en je weet echt niet meer hoe je dat moet doen. Leerlingen en studenten veranderen van school of van studierichting. Arbeiders, bedienden en zelfstandigheden veranderen van job. Klanten veranderen van bank. Koppels gaan uit elkaar omdat ze tot de vaststelling komen dat ze niet echt bij elkaar passen. We kunnen zo blijven doorgaan, want er zijn zoveel twijfels en onzekerheden die tot verandering leiden.
Dat dit niet nieuw is, zien we in het evangelie. Daar komen de Wijzen uit het oosten op een totaal verkeerde plaats aan. Maar eigenlijk is het normaal dat ze de pasgeboren koning van de Joden in de hoofdstad van zijn rijk zoeken, want de hoofdstad is toch de stad waar de koningen wonen. Maar deze keer is dat niet zo. Die koning is niet geboren in Jeruzalem, maar in Betlehem, een dorpje op zo’n tien kilometer van Jeruzalem.
Maar eigenlijk hebben de Wijzen zich vergist omdat ze de ster niet meer zagen. De ster die het licht is van God. Alleen als ze dat licht volgen, kunnen ze de juiste weg vinden. Dat komt ook tot uiting in de eerste lezing. ‘Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen’, zegt Jesaja. En hij voegt eraan toe dat, waar Gods licht niet schijnt, ‘duisternis de aarde, en donkerte de volkeren bedekt.’
Zoals zo dikwijls moeten wij ons afvragen in wie we onszelf herkennen. Voelen wij ons verwant met de Wijzen? Komen wij dus ook in beweging om op zoek te gaan naar God? Laten wij ons begeleiden door het licht van God? Het licht dat ons leidt naar zijn Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid? Of laten we ons veel meer leiden door ons eigen licht van eigenbelang en gemakzucht, maar misschien ook van moedeloosheid, onzekerheid, misschien zelfs angst in deze tijd van oorlog, volkerenmoord en miljoenen vluchtelingen ? Of kiezen we ervoor niet in beweging te komen, en alleen te doen wat we moeten doen?
Zijn we dus misschien meer verwant met de hogepriesters en de schriftgeleerden? Zij weten via de profeet Micha perfect dat de Messias zal geboren worden in Betlehem. Het is dus ongelooflijk dat ze niet meetrekken met de Wijzen. Maar waarschijnlijk zien ze gewoon niet uit naar die ‘leidsman die over Israël zal heersen’ zoals Micha zegt, want door die leider zouden ze wel eens hun hoge post en hun macht kunnen verliezen. Dus gaan ze niet mee naar Betlehem, maar blijven ze in Jeruzalem, want dat is de plaats van hun macht.
En ten slotte: met Herodes zijn we zeker niet verwant. Hij blijft in Jeruzalem, want daar is zijn macht, en daar heeft hij echt alles voor over. Wie hij niet meer vertrouwt, wordt dus koelbloedig vermoord. Zo moordde hij zo goed als zijn hele gezin en familie uit. Niet te verwonderen dus dat de Wijzen van Godswege in een droom gewaarschuwd worden dat ze Herodes niet mogen vertellen waar ze de pasgeboren Koning gevonden hebben. En dat leidt dan weer tot de beruchte kindermoord in Betlehem. Nee, met een beroepsmoordenaar als Herodes voelen we ons zeker niet verwant.
Zusters en broeders, toen de Wijzen bij het verlaten van Jeruzalem opnieuw de ster zagen, ‘werden zij vervuld van overgrote vreugde, vielen zij op hun knieën neer om hun hulde te betuigen, en boden zij drie geschenken aan: goud, wierook en mirre.’ En nu is de vraag of wij ook zo vervuld worden van vreugde bij het zien van Gods licht, en of wij ook bereid zijn geschenken van liefde, vrede, aandacht, hulp en nog zoveel meer te schenken aan onze medemensen. Hoe goed zou het zijn als we ons in onze zoektocht naar God aan die heidense Wijzen zouden spiegelen. Amen.
