Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezing:1 Samuël 16, 1b.6-7, 10-13a
  • EvangelieJohannes 9, 1-41

Zusters en broeders,

Zowel in de eerste lezing als in het evangelie gaat het over zien of niet zien. In de eerste lezing wil Samuël zijn keuze om iemand tot koning te zalven baseren op het uiterlijk. Wanneer hij Eliab ziet, de man met de rijzige gestalte  en de heldere blik, denkt hij dus automatisch: ‘Dat is de man die ik moet zalven.’ Maar God ziet anders dan de mensen: Hij kijkt niet naar het uiterlijk, maar naar het hart. Dus wordt niet Eliab of een van de zeven andere sterke zonen gezalfd, maar de jonge David.

Iets gelijkaardigs doet zich voor in het evangelie. Jezus en zijn leerlingen zien een man die van bij zijn geboorte blind is. Voor de leerlingen is duidelijk waarom: dat is een straf van God omdat hij of zijn ouders zwaar gezondigd hebben. Maar Jezus gaat daar uitdrukkelijk tegen in, want zo maakt God zijn werken niet openbaar. Hij ziet de wereld immers helemaal anders dan mensen.

Zien en gezien worden is ook heel gewoon in onze tijd. We worden gezien door camera’s op straat, op de autostrade, aan huizen, in winkels, musea enzovoort. Maar die camera’s zien alleen onze buitenkant, niet onze binnenkant. Ze zien niet wat we denken, wat we verlangen, wensen, vrezen. Ze zien onze liefde niet en ook niet ons verdriet, onze twijfels, onze angsten. Eigenlijk zien ze dus niets.

En wijzelf? Zien wij echt, of zijn we ziende blind, zoals die camera’s? Soms zijn we dat inderdaad, omdat we  verblind worden door de laaghangende zon, zeker als we achter het stuur van een auto zitten. Maar we kunnen ook verblind worden door eigenbelang, egoïsme, zelfoverschatting. Zo verblind dat we onze medemensen niet echt meer zien. Zoals veel farizeeën in het evangelie: die zijn echt ziende blind. Ze willen gewoon niet zien dat die blindgeboren man genezen is, en ze willen nog minder zien dat Jezus een profeet is, laat staan de Messias Wie dat gelooft, mag zelfs de synagoge niet meer binnenkomen. Ze vinden Jezus zelfs een zondaar, want Hij heeft die blinde genezen op de sabbat.

Zijn wij zoals de farizeeën? Zijn  wij dus ziende blind voor al het goede dat er is in deze wereld van oorlog en haat? De goedheid om naar anderen te luisteren, om mantelzorger te zijn voor mentaal of fysiek gehandicapte mensen, om allerlei kleine dingen te  doen voor mensen in nood, al is het maar een boodschap, een vriendelijke blik, een moment van aandacht, een schouderklop. En hebben wij aandacht voor de fouten die wijzelf soms – of misschien dikwijls - maken? Fouten als onverschilligheid, ongeduld, boosheid, eigen groot gelijk.

Zusters en broeders, opnieuw hoorden we een evangelie waarin ons een goede weg wordt aangewezen. En dat is nodig, want we leven in een wereld en in een tijd waarin rijkdom en geld, en macht en geweld bij de machthebbers van tel zijn. Een wereld waarin het innerlijke niet telt. Dat is immers van vroegere tijden, toen de mensen nog niets wisten en de Kerk ons van alles kon wijsmaken. Maar Jezus maakt ons niets wijs, integendeel, hij veegt het stof dat ons verblindt en in duisternis doet leven uit onze ogen. De verblinding van de zelfverheerlijking en de duisternis van onverschilligheid, egoïsme, haat en geweld. Van al die miserie kan Jezus ons redden, want Hij is het licht van de wereld. ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen’, zegt Paulus in de tweede lezing. Laten we ons dus inspannen om te ontwaken uit de slaap van egoïsme, onverschilligheid en zelfverblinding. En laten we dat niet te lang uitstellen. Zelfs Broederlijk Delen zegt dat het nú tijd is voor actie. Waarop wachten we dan nog? Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha