- Eerste lezing: Handelingen 2, 14.22-28
- Evangelie: Lucas 24, 13-35
Zusters en broeders,
Onzekerheid, twijfel, teleurstelling: dat is wat de Emmaüsgangers moeten verwerken terwijl ze onderweg zijn van Jeruzalem naar hun geboortedorp Emmaüs. Elf kilometer moeten ze gaan, radeloos en vertwijfeld. Die elf kilometer hebben ze nodig om hun ellende uit te praten.
En misschien denk je er niet aan, maar wij zouden die Emmaüsgangers kunnen zijn. Weg van de plaats waar iets ergs is gebeurd. Weg van slecht nieuws. Weg van ruzies en discussies. Weg van de massamoordenaars Poetin, Netanyahu, Trump en de maffiabende om hen heen. Weg van alles wat de wereld en onszelf kapotmaakt. We zijn niet Kléopas, maar we zouden zijn naamloze metgezel kunnen zijn. Want net als zij kunnen wij overspoeld worden door onzekerheid en twijfel omdat onze verwachtingen, onze hoop, onze idealen botsen met de werkelijkheid. En misschien vragen we ons dan net als de Emmaüsgangers af waarom we dat allemaal moeten meemaken. Waar is God? Waar is Jezus? Waarom laten zij ons in de steek? Net voor zijn hemelvaart zei Jezus nochtans: ‘Ik ben bij u, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld', maar waar is Hij?
Wellicht beseffen we niet dat we het antwoord op die vraag in het evangelie horen, want ineens is Jezus bij die vertwijfelde Emmaüsgangers. Opvallend daarbij is dat niet zij naar Hem zijn toegegaan, maar Hij naar hen is gekomen. Legde Hij dezelfde weg af als zij, kwam Hij uit een zijweg of is Hij hen tegemoet gegaan? Dat is niet duidelijk, maar dat is ook niet belangrijk. Wel belangrijk is dat Hij ineens bij hen is. Dat Hij dus aantoont dat Hij, dat God ons niet in de steek laat wanneer we in nood zijn of wanneer we ons verloren voelen. Wellicht reageren we daarbij op dezelfde manier als die twee mannen: ze herkennen Jezus niet, zoals ook wij Hem vaak niet herkennen. Voor hen is Hij een vreemdeling, maar ze stoten Hem niet af, integendeel, ze laten Hem toe in hun miserie. Doen wij dat ook? Laten we vreemdelingen ook toe in ons leven, of wijzen we hen af, precies omdat ze vreemdelingen zijn?
Of vertellen wij, net als de Emmaüsgangers, het verhaal van Jezus aan de mensen die ons omringen of die we ontmoeten? Het verhaal van Jezus met zijn boodschap van liefde, vrede en vreugde. Van nederigheid en openheid, van niet oordelen en zeker niet veroordelen. Het verhaal van Jezus die altijd bij ons is en ons altijd de weg aanwijst. Een weg met ups en downs, met geluk en ongeluk, met vallen en opstaan.
En Jezus kunnen we elke dag kunnen ontmoeten, maar vandaag makkelijker dan anders, want we komen samen om eucharistie te vieren, om te luisteren naar zijn woorden en daden, om Hem te ontvangen bij de heilige communie. Om Hem in ons op te nemen en mee te nemen in ons leven, en te doen wat die twee Emmaüsgangers deden: ze keerden vliegensvlug terug naar Jeruzalem om het goede nieuws te vertellen dat Jezus verrezen is. Doen wij dat ook? Brengen wij ook het goede nieuws van ons geloof naar buiten? Maken we in woorden en daden kenbaar dat we christenen zijn? Mensen van goede wil, met aandacht voor onze medemensen. Met een luisterend oor en een warm hart voor mensen in nood.
Zusters en broeders, het verhaal van de Emmaüsgangers is ook ons verhaal. Het schetst ons de weg die we als gelovigen afleggen. En weg die niet altijd gemakkelijk te gaan is, want we kunnen gebukt gaan onder tegenslag, ellende, pijn en verdriet. Of onder foute verlangens die we aan God willen opleggen. Maar wat er ook gebeurt, Jezus komt naar ons toe en gaat met ons mee. En Hij luistert naar ons verhaal van vreugde of verdriet, en vertelt zijn verhaal van geloof, hoop en liefde, want Hij, want God is met ons begaan alle dagen van ons leven. Amen.
