Jaar 2025-2026 - Cyclus A
  • Eerste lezingHandelingen 6, 1-7
  • EvangelieJohannes 14, 1-12

Zusters en broeders,

Op deze vijfde zondag van Pasen horen we twee lezingen die heel actueel zijn. De eerste lezing komt uit de Handelingen van de apostelen, en voert ons binnen in het leven van de eerste christenen. Zo vernemen we dat hun aantal sterk groeit. Zelfs een veel joodse priesters sluiten zich vol geloof bij hen aan. Maar we zien ook dat er spanningen ontstaan tussen de Griekse en de Hebreeuwse christenen, omdat Griekse weduwen bij de dagelijkse zorg vaak over het hoofd worden gezien.

Zulke spanningen zijn heel herkenbaar. Sommige mensen, sommige groepen voelen zich uitgestoten, ze tellen niet mee, ze vallen uit de boot van hulp, inzet, verantwoordelijkheid. We zien dat niet alleen in onze maatschappij, maar in de hele wereld, vaak zelfs in de Kerk. En dat is pijnlijk, want het gaat helemaal in tegen het ene gebod van God, van Jezus, en dat is liefde.

Dat hebben de apostelen zeer goed begrepen: ze erkennen het probleem van ongelijkheid en zoeken direct een oplossing. Dat doen ze niet door hun wil op te dringen, maar door aan de leerlingen te vragen dat ze uit hun midden zeven wijze mannen zouden kiezen. Mannen van goede faam die vervuld zijn van de heilige Geest. Die mannen zullen ze zegenen en de handen opleggen. Dat gebeurt en de vrede is hersteld. En zo groeit de jonge Kerk niet alleen in aantal, maar ook in geloof, in diepte en in geloofwaardigheid. 

Wat zou het goed zijn als wij en de hele wereld zich aan dat verhaal zou spiegelen. Dan zou niemand wegkijken bij problemen, maar zou iedereen luisteren, en zou er gezocht worden naar rechtvaardige oplossingen die gedragen worden door liefde en vrede.

Zo herkenbaar en actueel de problematiek is in de eerste lezing, zo herkenbaar en actueel zijn ook de twijfels van de apostelen bij Jezus’ afscheidsrede tijdens het Laatste Avondmaal. ‘Heer, wij weten niet waar Gij heengaat; hoe moeten wij de weg dan kennen,’ vraagt Thomas. Dezelfde onzekerheid spreekt Filippus uit: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen wij niet’, zegt hij. Zulke twijfel en zulke onzekerheid kennen ook wij maar al te goed. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, zegt Jezus. Die weg moeten we dus gaan, maar dat is een weg die ons altijd tot keuzes dwingt. Keuzes tussen zorgen voor onszelf en voor onze medemensen. Keuzes voor zuiverheid in de natuur of ons eigen plezier. De waarheid en het leven van Jezus zijn de keuzes die leiden naar de weg die Hij ons is voorgegaan: liefde voor God en zijn schepping, voor onszelf, voor onze medemensen. Geloof is immers geen innerlijke beleving, maar is een doe-woord.

Dat is niet altijd gemakkelijk is, maar Jezus geeft ons kracht. ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers’, zegt Hij. Dus is er ook ruimte voor ons in al onze twijfels, in al onze tekorten, in al onze mislukte pogingen om Hem echt te volgen. Maar God, Jezus weet dat we niet perfect zijn, dat ons leven en ons christen zijn een weg is met vallen en opstaan, met vreugde en verdriet, met inzet en ontgoocheling.

Zusters en broeders, ieder van ons gaat een weg die vele richtingen kan uitgaan, maar welke weg we ook gaan, we doen ons best om Jezus te volgen, en dat geeft ons altijd kracht in ons geloof, want ‘wie Mij ziet, ziet de Vader’, zegt Jezus. Hij is de weg, ook wanneer we zijn richting niet herkennen. Hij is de waarheid, ook in onzekerheid en twijfel. Hij is het leven, ook als we alleen maar ons eigen leven willen leiden. En zo is Hij altijd bij ons. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha