Jaar 2024-2025 - Cyclus C
  • Eerste lezingJeremia 38, 4-6.8-10
  • EvangelieLucas 12, 49-53

‘Geef me de vijf.’

Zusters en broeders, ik denk dat we die uitdrukking allemaal kennen, en dat we ze ook soms gebruiken. Bijvoorbeeld om te zeggen dat we tevreden zijn over wat iemand anders gedaan of gezegd heeft, of om een vriendschap uit te drukken. En wanneer we het  zeggen, is het altijd positief bedoeld.

Maar dat geldt zeker niet voor Jeremia in de eerste lezing. Integendeel, de raadsheren eisen zijn dood. Volgens hen is zijn boodschap pessimistisch, en ondermijnt hij het moreel van de inwoners en de soldaten. Dus wordt hij in een diepe put gegooid, waar hij in de modder zal zinken. Dat is een heel donker beeld van een schokkende werkelijkheid, en die is dat iemand die het goede doet, verstoten wordt – of erger.

Die boodschap sluit heel sterk aan bij de schokkende woorden van Jezus in het evangelie. ‘Denkt gij dat Ik vrede ben komen brengen? Nee, verdeeldheid ben Ik komen brengen’, zegt Hij. En dat klinkt heel vreemd, want we kennen Hem als de brenger van een boodschap van liefde, vrede en vreugde. Maar hier zegt Hij dat zijn boodschap mensen uit elkaar zal drijven.

Dus moeten we ons afvragen of dat aan zijn boodschap ligt, of aan de mensen die naar die boodschap luisteren. Jeremia en Jezus verkondigen alleen een boodschap die ze van God moeten uitdragen. Maar ze verzachten die boodschap niet om mensen te behagen. Dus kan hun boodschap soms pijn doen en ook verdeeldheid zaaien  Jeremia moet dat bekopen met een moordpoging. Bij Jezus blijft het niet bij een poging: Hij wordt brutaal vermoord!

En waarom? Omdat Gods boodschap soms harde keuzes eist. Als je luistert naar God, kan dat betekenen dat je ‘ja’ zegt tegen dingen waar anderen ‘nee’ willen horen, en dat je ‘nee’ zegt waar anderen ‘ja’ willen horen. ’Nee’ tegen onrecht, tegen geweld, tegen natuurvervuiling, tegen zoveel dingen die het leven van onze medemensen ondermijnen. ‘Ja’ tegen Gods boodschap van liefde, vrede en vreugde voor alle mensen, en dat vraagt geloof en inzet.

Daarom zegt Jezus ook: ‘Vuur ben Ik komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait.’ Wellicht zijn dat woorden die ons afschrikken, want vuur is vernietigend. We zien dat in alle tijden, en vandaag zien we het meer dan ooit te voren door de vreselijke bosbranden die overal opduiken. Maar het is natuurlijk niet zo’n vuur dat Jezus is komen brengen, wel het vuur dat zuivert. Zoals goud in vuur wordt gelouterd. Of het vuur van Gods liefde. Of vuur dat wegbrandt wat vals is. Of vuur dat verwarmt wat koud is.

Dus is de vraag: Welk vuur van Jezus ervaren wij? Het vuur van Gods liefde? Vuur dat brandt tegen onrecht, tegen corruptie, tegen geweld? Of vuur van onmensen als Poetin, Netanjahu en ook meer en meer andere dictators? Onmensen die vervolgen en vermoorden wie anders durft denken dan zij. Onmensen die genocide plegen, want hun medemensen hebben geen recht op leven.

Zusters en broeders, net als vroeger zien we vandaag dat trouw aan Jezus’ woorden en daden van liefde en vrede botsingen oplevert, niet alleen tussen volkeren, maar ook in gezinnen, tussen vrienden en kennissen, tussen collega’s. Jezus volgen vergt immers inzet, opoffering, maar ook verzet tegen onrecht, corruptie, wreedheid, natuurvervuiling en zoveel meer. Om die boodschap belandde Jeremia in een donkere put vol modder, en werd Jezus vermoord. Geloven in Gods woorden van liefde, vrede en vreugde brengt dus bijlange niet altijd die liefde, vrede en vreugde voort. Maar laten wij toch altijd vol geloof die weg blijven gaan, ook al is dat soms moeilijk, zelfs pijnlijk. Laten we bidden dat we de kracht daartoe zouden blijven vinden. Amen.

Download dit document

Intekenen voor de wekelijkse overwegingen

captcha