- Eerste lezing: Jeremia 20, 10-13
- Evangelie: Mattheus 10, 26-33
Zusters en broeders,
De lezingen van vandaag brengen ons bij een ervaring die alle mensen kennen: angst. Angst voor wat ons kan overkomen. Angst om afgewezen te worden. Angst om ongeneeslijk ziek te worden. Angst voor wat de toekomst brengt. Eindeloos veel uitingen van angst: we kennen ze allemaal, de éne al wat beter dan de andere. En ieder van ons heeft wel eens zo’n zwak moment.
Dat heeft ook Jeremia in de eerste lezing. ‘Ik hoor velen fluisteren: Daar heb je ‘Ontzetting overal,’ zegt hij. Hij geeft eerlijk toe dat hij verre van sterk is. Hij verbergt zijn gevoelens niet. En hij is er duidelijk niet gerust in. “Geef hem aan, laten we hem aangeven,” zeggen velen. Zelfs vrienden houden hem in de gaten. Want allen nemen ze het hem kwalijk dat hij Gods woord heeft verkondigd. Toch eindigt zijn klacht niet in wanhoop, want hij weet: ‘De Heer staat mij terzijde als een machtige held.’ Dus blijft hij trouw aan zijn roeping, want hij weet dat God hem zal beschermen. Meer zelfs: hij bidt dat God zich op zijn vijanden zou wreken.
Dat doet Jezus in het evangelie helemaal niet. Ook Hij heeft het over de angst die mensen kan beklemmen. Niet minder dan drie keer brengt hij daartegen in: ‘Wees niet bang.’ Hij weet dat zijn leerlingen in de toekomst met allerlei moeilijkheden geconfronteerd zullen worden. Dat ze op weerstand zullen botsen wanneer ze zijn boodschap uitdragen. Maar Hij wil niet dat angst hun leven bepaalt. Daarom zegt Hij: ‘Zelfs de haren op uw hoofd zijn allemaal geteld.’ Dat is een prachtig beeld, dat duidelijk maakt dat God zich niet alleen bezighoudt met grote wereldproblemen, maar met heel zijn schepping. Zelfs een klein detail van ons leven ontgaat Hem niet. Wij zijn immers geen nummers voor Hem. Nee, we zijn allen gekend, bemind en gedragen.
Dat is een belangrijke boodschap. Wij leven niet in dezelfde omstandigheden als Jeremia of Jezus’ leerlingen, maar ook wij kennen druk en onzekerheid. Soms vinden we het moeilijk om uit te komen voor ons geloof. Soms zwijgen we liever dan dat we een christelijke overtuiging uitspreken. Soms laten we ons leiden door wat populair is, door de mening van de meerderheid, door de angst om anders te zijn. Ja, er is heel veel in de wereld dat ons afremt in ons christen zijn.
Maar zowel in de eerste lezing als in het evangelie wordt de vraag gesteld wie of wat uiteindelijk de richting van ons leven bepaalt. Is het de angst of het vertrouwen? Is het de stem van de menigte of de stem van God? Jeremia zegt dat God altijd bij hem is, en dat zijn achtervolgers hem niet zullen overwinnen. En in het evangelie zegt Jezus: ‘Iedereen die Mij bij de mensen erkent, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel.’ Dat betekent niet dat Hij ons bij ons overlijden staat op te wachten in de hemel, maar dat Hij ons zal sterken om zijn weg van liefde en vrede te gaan. Dan zal Hij zien wanneer wij eerlijk blijven waar bedrog gemakkelijker lijkt. En wanneer wij vergeven waar anderen wraak zoeken. Wanneer wij opkomen voor wie zwak staat. Wanneer wij tijd maken voor gebed, voor de eucharistie, voor dienstbaarheid. Dan laten we zien wanneer we Hem willen volgen.
En dat vraagt soms moed. Christen zijn is niet altijd de makkelijkste weg. Maar we staan er, net zoals Jeremia en de leerlingen, niet alleen voor. God kent onze zorgen, onze kwetsbaarheid en onze inzet. En laten we eerlijk zijn: soms ook onze twijfel. Want leven naar Jezus’ woorden en daden van liefde en vrede betekent niet dat er geen enkele reden meer is om bang te zijn of te twijfelen. Maar ons geloof en onze inzet houden in dat God, dat Jezus groter is dan die angst, die twijfel, die onzekerheid. Zij gaan met ons mee, ook wanneer we dat niet zien. Zij houden ons vast wanneer we dreigen los te laten of te vallen.
Zusters en broeders, laten wij de woorden van Jezus meenemen in ons leven: ‘Wees niet bang’, herhaalt Hij drie keer. Dat houdt niet in dat alles altijd vanzelf goed zal gaan, maar wel dat God ons kent, en dat we kostbaar zijn in zijn ogen. Zozeer dat ieder haar van ons hoofd geteld is. Want zo diepgaand heeft Hij ons lief. Amen.
