- Eerste lezing: Jesaja 9, 1-3.5-6
- Evangelie: Lucas 2, 1-14
Zusters en broeders,
‘Het volk dat in het donker ronddwaalt ziet een groot licht’, zegt Jesaja in de eerste lezing. Maar is dat zo? Zien wij inderdaad een verhelderend licht in onze wereld van oorlog en machtswellust? En zijn wijzelf een groot licht van liefde en vrede voor ons gezin, onze familie, onze medemensen, ook als dat vreemdelingen en vreemden zijn? Of blijven wij ronddwalen in de duisternis van onzekerheid, angst en pessimisme, maar ook van onverschilligheid en egoïsme?
Het is een vraag van alle tijden. Dat zien we in het evangelie. Door machtswellust gedreven eist keizer Augustus dat er een volkstelling wordt gehouden in zijn rijk. Dat reusachtige Romeinse Rijk, het resultaat van onophoudelijke veroveringsoorlogen, volkerenmoord, onderwerping en slavernij. Die volkstelling werd georganiseerd om de belastingen te regelen. Die waren zeker niet bedoeld om de armen te helpen, maar om de macht van de keizer te vergroten en de rijkdom van de rijken nog te doen groeien. En opnieuw moeten we ons de vraag stellen: Is het vandaag anders? Worden de armen geholpen, of zijn het vooral de rijken die profiteren van allerlei nieuwe wetten? In het evangelie zijn het zeker niet de armen die geholpen worden. Er is voor een hoogzwangere vrouw zelfs geen plaats in een herberg.
Hoe anders is dat voor God. Niet aan machtigen en rijken, maar aan herders in het open veld verkondigt een engel de ‘vreugdevolle boodschap die bestemd is voor het hele volk (…) dat er een Redder geboren is.’ Die Redder is dus niet geboren in een prachtig paleis, maar in een schuurtje, en Hij ligt niet in een duur bed, maar in een kribbe. En zo is dat kind een teken van Gods barmhartigheid voor iedereen. Die is er dus niet alleen voor de machtigen en de rijken, maar meer uitgesproken voor de armen en de kleinen. En dankzij dat kind zijn ook wij kinderen van God geworden. Dat kind leerde ons immers God te zien als onze Vader, en het leerde ons ook onze medemensen lief te hebben.
Dat is de vreugdevolle boodschap die de engel aan de herders brengt. Een boodschap die een hemels leger kracht bijzet met de lofzang ‘Eer aan God in de hoogste hemel, en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft.’ Je kan je daarbij afvragen hoe die herders op dat alles reageerden. Misschien dachten zij dat ze droomden of dat hun verbeelding op hol was geslagen, maar dat belette niet dat ze naar Bethlehem trokken om na te gaan of het waar was wat de engel hun bekend had gemaakt.
Maar misschien vragen wij ons af waarom God zich als een zwak en weerloos kind aan ons heeft kenbaar gemaakt. Is dat nu echt het beeld van de God van hemelse machten? Kunnen we bij dat weerloze kind terecht met onze onzekerheden, onze angsten, onze twijfels? Maar God wil ons nu eenmaal niet overdonderen met zijn macht. Alleen zijn liefde wil Hij ons leren kennen. Zijn liefde die ons moet beschermen tegen ons egoïsme, en misschien ook tegen onze drang naar rijkdom en macht. ‘Zo ben Ik niet’, zegt God via dat weerloze Kerstkind, ‘Ik ben liefde. Wees ook gij liefde.’
Zusters en broeders, God, Jezus is liefde. Wat zou het heerlijk zijn als die liefde ons leven zou leiden. Ik wens ons allen zo een zalig, liefde- en vredevol Kerstmis toe. Amen.
